Dus stonden we om tien voor zes op het vliegveld, oplettend lezertje, en een tien minuten later er weer voor, met koffer! Thee dus maar, om daarna het station op te zoeken. Daar is het nog erg rustig, hoewel er op deze tijd heel wat treinen vertrekken. Sneltreinen met modern uiterlijk, waar men zich voor laat fotograferen. Wij nemen een wat andere trein, van Russische makelij. Alleen al het feit dat er een op kooltjes gestookte waterketel op het bordes is voor de thee maakt hem meer dan de moeite waard. Vol met Oezbeken, waarvan sommigen hun porseleinen theepot mee hebben.. Veel kinderen, allemaal druk met hun tablet, smartphone of barbiepop,of bij mamma of pappa op schoot. Regelmatig komt men langs met chipsies, hotdog, of verse thee. Het landschap gaat voorbij. Boomgaarden, velden, dorpjes. Herders met vijf of tien of twintig beesten. Een man op een paard, galopperend met het veulentje er naast. Af en toe een officiële gelegenheid in een dorp dat voorbij schiet. Halverwege de reis komt de bergketen van scherpe sneeuwbedekte toppen dichterbij en vertellen mijn oren dat we flink hoger zitten. We gaan iets naar het zuiden en terug naar het westen. Het weer is zonnig en belooft warm te zijn bij het uitstappen. Aan het eind van de ochtend zijn we dan in Samarkand, zijn er telefoonnummers uitgewisseld voor later deze week, en zien we een aantal vrouwen in Chador uitstappen, Als we in de oude stad aankomen zijn er straten afgezet in verband met Nieuwjaar, dat hier met behalve veel officiële presentaties concerten en dergelijke, gevierd wordt door op je paasbest langs de boulevard te lopen. Of je manshoge vlieger op te laten. De heel grote van doorzichtig plastic, met vlaggen op de bovenhoeken, de kleinere soms van een boodschappentasje. Genietend van al dat publiek, komen we langs de Registan, het grote moskeeën en mausoleum complex. De eerste blik er op alleen al maakt de hele reis de moeite waard: adembenemend. Het blauwe koepels, het mestelwerk met af en toe geglazuurde stenen in verschillende kleuren blauw en groen, de verzorgde parken er omheen, prachtig. We kijken onze ogen uit, en dan lopen we nog met onze koffers achter ons aan naar de B&B. Ook die valt bij ons in de smaak. Prettige ontvangst, afdoende kamers, leuke sfeer, en veel informatie. Beheerders die goed Engels spreken (na een paar jaar studeren in de VS). Een pot thee en een bordje fruit ter welkom, en gratis Wifi. Even indelen, opfrissen en dan er op uit. Na twee uur is mijn camera leeg, en ga ik verder met mijn telefoon, tot ook die er de brui aan geeft. Maakt niet uit, we hebben hier nog drie dagen, we gaan het allemaal nog een keer goed bekijken. Wat opvalt: hoe vriendelijk en behulpzaam iedereen is. Bij het verlaten van de trein een jongetje van nog geen tien dat in prima Engels aanbiedt me te helpen met mijn koffer. Mensen die hun kinderen aansporen ons gedag te zetten. Jongens en meisjes die graag op de foto willen, liefst met jou. En allerlei kleding: feestelijk westers, feestelijk oosters en alles daar tussen. Mannen, vrouwen, kinderen. Alles door elkaar heen, maar nergens gedrang of chaos. Dit is de buitendag van het twee-daagse feest. Morgen wordt het binnen met familie gevierd. We hadden het niet beter kunnen treffen deze dag. ’s Avond bij het eten concluderen we dat we al zo veel gezien en beleefd hebben dat het lijkt of we veel langer onderweg zijn dan de nauwelijks twee dagen die we hier nu zijn. Bij terugkeer naar het hotel nog een aangelichte Registan, net voor ze het licht uit doen. In het halfdonker lopen we terug, maken afspraken voor de volgende ochtend en houden het verder voor gezien. Morgen belooft weer een prachtige dag te worden.

Auteursarchief: lindarosesmit
Oezbekistan 2, Zaterdag
Een wat rommelige ochtend, met een laat ontbijtbuffetje. Aardappelpannenkoekjes met knoflook, broodjes gevuld met een soort spinazie, omeletten, halve eieren, kaas, bietensalade. We kunnen er weer even tegen. Al zijn we moe, we verwachten de treinkaartjes. Uiteindelijk gaan we om half twee Tasjkent ontdekken.
Wie zijn “we”, oplettend lezertje? Dat zijn de dochter van mijn oudste vriendin en een vriendin van haar, beide halverwege de dertig wonend en werkend in Londen, en ik zelf dus. We besluiten om tegen alle adviezen in niet met de auto maar te voet te gaan, zo krijg je een idee van de afstanden en zie je meer. Het is rustig en relaxed op straat. Dat rustige is niet zo gek, met 30 miljoen inwoners in een land 11 maal zo groot als Nederland wordt het nooit echt dringen. Brede avenues waar in de buurt van de overheidsgebouwen men in de weer is met vlaggen in verband met het nakende navroz, overmorgen. De jongelui zien er uit zoals ze er bij ons uitzien, of in de stijl vanuit het oude Oostblok, donkere onopvallende kleding. De vrouwen in eigentijdse broek en laarzen, of in een lekkere warme winterjas Matroeskastijl.
We lopen ergens een dansschool binnen waar op dat moment de tieners net klaar zijn met hun les, en de acht en negenjarige breakdansertjes aan het werk zijn. Niet iedereen spreekt hier Engels, maar er is altijd wel iemand die de moeite doet je te begrijpen. De weg vragen aan de hand van een plattegrond is hier ook niet altijd de oplossing.
Na de aardbeving van 1966 is er niet veel oude bebouwing over in deze stad. De lege ruimte is gevuld met grote witte glimmende paleizen, bedoeld om te imponeren. Afgewisseld met blauwe spiegelpaleizen en af en toe een wat ouder gebouw in neo klassieke stijl of een hint van Jugendstil. De vroegere Sovjet-Unie is nog alom zichtbaar. In de bouw, in de taal en het schrift. En in de gewoonte om op zaterdag te trouwen. In een parkje waar we in het licht van de ondergaande zon de bloesems bewonderen zien we twee kersverse stelletjes, en om de hoek wordt er nog een uitvoerig gefotografeerd en gefilmd. Bruidsmeisje in gouden jurkjes, wolken van tule, dat werk. Hier en daar drinken we thee, we lopen eens af en toe een winkel binnen, we lunchen met een soort tzaztiki op een terras in de zon, brood en weer die bietjes er bij en heel veel thee. Die komt hier standaard in potten. Helemaal mijn land.
Bij terugkomst in het hotel weer een nieuwe vriendelijke Oezbeek achter de balie. We vragen nog eens naar het geiten rugby dat hier volgens de gids met Nieuwjaar in of rond Samarkand gespeeld wordt. Nou nee, daar hoeven we niet op te rekenen, dat komt hier niet veel voor volgens de heren. Gooi die gids weg, is het advies, en vraag na op facebook hoe het hier echt is. Volgende keer zullen we dat zeker doen, maar deze keer kenden we even geen Oezbeek op facebook. Moe en met al heel wat indrukken, die overwegend positief zijn, proberen we ons dagritme aan de werkelijkheid aan te passen. Morgen staat om half zes de taxi voor de deur. Kijken op het vliegveld of mijn koffer de weg heeft gevonden, zodat hij mee kan naar het station voor de rit naar Samarkand. Mocht dat onverhoopt niet zo zijn, dan wordt deze reis nog avontuurlijker dan we al dachten.
Oezbekistan 1, Avontuur
Voor alles is er een eerste keer, oplettend lezertje. De eerste keer met twee meiden op vakantie, de eerste keer naar Oezbekistan, de eerste keer je bagage niet gearriveerd. Ik weet, het klinkt ongelooflijk, maar ik kwam overal ter wereld met mijn koffers aan. Nu niet.
Heel verbaasd waren we er niet over. De overstap in Istanboel ging maar net goed. Ruim een half uur later dan gedacht stond ik in de bus die me naar de hal moest brengen, en de volgende gate lag precies aan de andere kant van het complex, uiteraard. Mijn reisgenoten, die vanuit Londen kwamen, begonnen al te bellen.
Ik vroeg de man aan de gate (die mijn stoel al weer had vrij gegeven, zo weinig vertrouwen had hij er in dat ik het zou halen) of mijn koffer ook aan boord was. Ik kon me namelijk niet voorstellen dat die net zo snel gerend had als ik. Dat was het geval, volgens hem.
Toch lag hij een continent verder niet op de band. Geen punt, zou je zeggen, haal je hem morgen toch op (brengen doen ze hier niet aan, om veiligheidsredenen). Maar om kwart over acht gaat onze trein naar Samarkand. Dus dat wordt een kort nachtje vannacht, na al een wakker nachtje onderweg.
Het was beide keren bloedheet in het vliegtuig,. Niets lekkerder dan bij aankomst douchen en slapen. Maar zo makkelijk gaat dat allemaal niet. Oezbekistan is een land met een diverse wisselkoers, zullen we maar zeggen, eerst moeten we onze harde valuta op een beetje redelijke en veilige wijze omzetten in de lokale Som. Straks zijn we hier miljonair.
Het weer is prachtig, de bomen en stukuien staan al in bloei, de zon schijnt, de vogels tjilpen en mijn pre-val-van-de-muur kamer heeft uitzicht op het zwembad. Droog weliswaar, je kunt ook niet alles willen. Maar Tasjkent en Oezbekistan liggen voor ons open. Al krijg ik net een pingetje van de provider: welkom in Azerbeidzjan. Ik zal toch wel op het goede vliegveld uitgestapt zijn?
Onschendbaar
{Onschendbaar: • juridisch niet voor strafrechtelijke vervolging ontvankelijk.}
Af en toe hoor je er wat over: onschendbaarheid. Politiek, parlementair, diplomatiek en die van de majesteit. Dat bestaat namelijk in Nederland, onschendbaarheid van politieke gezagsdragers en nog wat kringen daar omheen. Om vrijheid van meningsuiting te waarborgen, om te voorkomen, dat politieke tegenstanders monddood worden gemaakt, om procedures te voorkomen tegen personen bij uitvoering van beleid. Heel nuttig en zeer juist. Die onschendbaarheid houdt niet in dat iedereen die daar onder valt alles maar kan zeggen en al helemaal niet alles maar kan doen. Wie als Nederlander een misdrijf pleegt kan zich in Nederland niet op onschendbaarheid beroepen, en zelfs wie uitspraken doet waarvan een weldenkend mens op zijn klompen aanvoelt dat die niet kunnen, kan zich niet altijd op zijn lidmaatschap van een volksvertegenwoordigend orgaan beroepen. Dit jaar nog werd een fractievoorzitter uit Alphen aan de Rijn veroordeeld (ook in hoger beroep) voor een beledigende uitspraak.
Ook waar het strafrecht niet aan de orde is, is het natuurlijk niet zo dat volksvertegenwoordigers of bestuurders maar mogen roepen wat ze willen. Zij dienen integer te zijn, zich goed te informeren voor zij zaken de wereld in slingeren. Waar dat fout gaat, volgt altijd op een of andere manier een rechtzetting. Ministers die de kamer onjuist informeren kan dat op een motie komen te staan. Vaak zullen ze excuses aanbieden en ze kunnen zelfs besluiten dat de enige weg die hen rest het aftreden is. Zelfs als de gemaakte fout, de onjuiste informatie, niet hen direct aan te wrijven was, maar begaan werd door onder hun verantwoordelijkheid vallende ambtenaren, of zelfs onder die van hun voorganger. Politieke verantwoordelijkheid heet dat.
Zo’n minister zal dus wel uitkijken vergaande uitspraken te doen zonder ze eerst te toetsen. Want onschendbaar wil nog niet zeggen onverantwoordelijk en zeker niet onfeilbaar. Wie dus willens en wetens ongecontroleerde nonsens verspreidt, daarmee zijn ambt, zijn land of gemeente schaadt, of de goede naam en faam van anderen aantast, schade berokkent door ondoordacht handelen, is wel degelijk ter verantwoording te roepen. Je beroepen op onschendbaarheid om geen excuses te hoeven aan te bieden: het laat zien dat je heel ver van het rechte pad bent afgedwaald en misbruik maakt van je positie. Voor diegene die zo erg verdwaald is, rest slechts de weg naar de uitgang.
Volgende keer een blogje over waarheid.
Vluchtelingen
Waarom zijn we hier? Om te bezien hoe we de Libanese gemeenten kunnen helpen met hun problemen, die ontstaan zijn na de grote toevloed van Syrische vluchtelingen. Daar zijn er officieel zo’n anderhalf miljoen van. Waar zitten ze? Niet in de grote kampen zoals we die zien in Jordanië en Turkije. Ze zitten waar ze kunnen. Aanvankelijk huurden ze vaak ergens iets. Vaak kwamen ze terecht in half afgebouwde huizen, garages, kelders. Er werd mij een straat gewezen met een paar kleine huizenblokken, daar woonden er zo’n duizend. Wie minder gelukkig is bouwt met grote stukken plastic en wat hout een tentje. Met meer geluk breng je het tot een soort caravan of portacabin, met satellietschotel en watertank. We zagen ze bouwen in tuinen en aan huizen, het plastic vervangen voor gasbetonblokken.
Sommigen hebben ook een winkel of bedrijfje. Dat lijkt goed, maar al deze toevloed wil zeggen dat er verdringing is. Landprijzen en huren gaan omhoog, arbeidsloon gaat omlaag. De zomerbaantjes die studenten traditioneel hadden, worden nu ingevuld door Syriërs, of je krijgt de helft minder.
Libanon wilde bewust geen grote kampen, gezien het verleden. In deze hele regio werden in 1946 Palestijnse vluchtelingen bij duizenden opgevangen. Ze mochten zich niet permanent vestigen, maar terug gingen ze ook niet. Er zijn dus grote, dichtbevolkte wijken waar ze huizen. De bewoners nog steeds benoemd als vluchtelingen, of vriendelijker: gasten. Het heeft dit land getekend, er waren in periodes over en weer problemen. Tijdens onze trip naar het zuiden zagen we alle vormen van vluchtelingenonderkomens, we zagen kinderarbeid.
Terug in de stad konden we ’s avonds deelnemen aan een liefdadigheidsfeest. Voor veel geld kon je een tafel huren, inclusief drank en muziek. Een buitengebeuren aan de haven. Een gigantisch toneel, een gouden rand met rozen en boven ons de sterren. De muziek was gevarieerd, het publiek van alle leeftijden. Buiten alle acts die de rondreis maken langs dit gebied een paar landelijke toppers, met traditionele muziek, met als oudste een heer met zilvergrijze staart in een schitterend jasje. Alle teksten werden uit volle borst meegezongen, en meestal gaan ze over de liefde. Hoogtepunt wat ons betreft: de winnaar van de Voice of Libanon. In een militaire outfit zong hij vaderlandslievende liederen. Achter hem op het toneel dansers met karabijn en speer. De teksten: nu is de revolutie, vrijheid of dood. Of: ik wil leven, niet sterven, Libanon leeft, morgen zal de zon weer voor haar schijnen. Het publiek staat, danst, zingt uit volle borst mee. Op anderhalf uur rijden zitten de vluchtelingen in hun tentjes. Israel is drie uur verderop, Syrië is ongeveer net zo ver.
Het zuiden
Vroeg op pad deze dag, naar het zuiden dit keer. Het gebied waar Hezbollah een grote achterban heeft, waar veel maar niet uitsluitend Shia wonen. We worden voorbeeldig ontvangen in de eerste gemeente die we aan doen. De gouverneur van Zuid-Libanon zit voor, er zijn presidenten van gemeentelijke unies. De tragiek van dit land wordt in dit kort bestek samengevat door de uitstekend voorbereide bestuurders. Ze hadden een visie, ze waren klaar met het opstellen van een voor 18 gemeentes geldende lange termijnplan. Ze zouden gaan uitvoeren. Het was 2010. 70 Projecten waren vastgesteld, 40 werden er uitgevoerd. En toen barstte de bom in Syrië en werd het crisis beheersing. Het vuilnisprobleem, het rioleringsprobleem, we hebben het overal gehoord, hier in dit gebied zien en ruiken we het. Overal ligt vuil, in wanhoop wordt het ongesorteerd verbrand hier en daar en overal. Er is een gescheiden afvalsysteem opgezet, maar de capaciteit ontbrak om het adequaat in te zamelen. Er kan 100 ton afval verwerkt worden, maar het aanbod is 150. Er zijn bedrijfjes die recyclen, veel meer dan bij ons. Maar als je een toevoer van vluchtelingen hebt, is gescheiden afvalinzameling niet je eerste prioriteit, en stapelt het vuil zich op. In de berm, in het veld, in de stad. En op het strand, het natuurreservaat waar de schildpadden broeden. In een gebied waar eens, niet zo lang geleden, iedereen op vakantie wilde, met prachtige stranden, een mooie natuur, en genoeg culturele monumenten om ook de verwendste toerist het naar het zin te maken. Ook nu nog gaan Beiroeties hier graag heen om een strandvakantie te vieren, wat er rest aan hotels in maanden volgeboekt. En het plastic afval ligt overal verspreid. We bezoeken een vissershaven. Met hulp van UNDP werd de visafslag verbeterd, er is koeling. Als wij komen is de vis al bijna uitverkocht, er resten een paar kabeljauwen en een zaag- en gitaarvis. De beheerder belooft mij, als ik terug kom, met me te gaan duiken. Er zijn prima plannen voor een visrestaurant, voor een plek naast een waterbron waar het goed toeven is. Er is behoefte aan onderhoud van de vissersschepen. Ook de vissers lijden onder de vervuiling en teruglopende visstand als gevolg. Wie gaat hier helpen, wie steekt hier de handen uit de mouwen, samen met de hardwerkende lokale bevolking? Ik moet helaas vroeger terug naar Beiroet, voor een coördinatiebijeenkomst met allerlei partners hier in Libanon. Tijdens die rit rijden we langs een van de Palestijnse kampen, Shatila. De naam klinkt nog na. Een andere atmosfeer, een andere dynamiek, verder weg van Libanon. De huizen op en over elkaar gebouwd, kris-kras, een sloppenwijk op vijf minuten van down town. Hier wonen de vluchtelingen van 1946, die alles wat ze konden dragen oppakten, de sleutel van hun voordeur omdraaiden en meenemen. Hier wonen de mensen die hoopten op terugkeer, en niet mochten assimileren. Hier woont een groot deel van de bevolking, niet geregistreerd, zonder stemrecht. Dit is wat men hier vreest, dit is waarom de Syriërs hier niet in kampen werden opgevangen, men wil geen oude fouten herhalen. De nieuwe gasten moeten terug.
Beiroet 2
De derde dag van ons bezoek hier. Bij binnengaan van het gouvernementsgebouw voor onze tweede afspraak deze ochtend, zit een man of vijf relaxed aan de lunch. Zij zijn de militaire bewakers en tegelijkertijd receptionisten hier. We worden vriendelijk in de lift begeleid, men weet als overal van onze komst. In de antichambre van de gouverneur van Beiroet de cameraploeg die we hier vaker tegenkomen. Mensen die wachten of ze naar binnen mogen. Voor ons is dat vlot. Via het lege, grote kantoor van de gouverneur naar zijn zeer ruime ontvangstkamer waar we onze ambassadeur weer treffen. We bevragen de gouverneur op wat zijn visie is, hoe hij de situatie ziet. Bedachtzaam als de rechter die hij is, vertelt hij ons over zijn angst dat de sociale cohesie in zijn land afneemt door de grote druk vanwege de Syrische crisis. Hoe mensen voelen dat dit hun land niet meer is, hoe zij hun baan verliezen en hun flat en geen nieuwe betaalbare woonruimte kunnen vinden. Ook hier moeten we verwachtingen temperen: men weet vaak precies wat men nodig heeft, met de overvloed van NGO’s is het ook goed je wensenlijstje zo vaak mogelijk op tafel te leggen. Maar wij komen niet met spullen en met fondsen, wij komen voor duurzame verbeteringen van de gemeentelijke overheden en voor een betere verbinding met de bevolking. Nadat zowel de gouverneur als wij elkaar hebben bijgepraat, lopen we met de ambassadeur naar beneden. In de hal, waar zo even nog de relaxte lunch plaats vond, is daar is nu geen sprake meer van. Twintig man springt in de houding als onze ambassadeur langsloopt. Wij volgen haar waardig en glimlachen vriendelijk naar deze erewacht. Buiten praten we nog even bij, en vertrekken naar de volgende afspraak, het volgende ministerie.
Om zes uur zit de werkdag er op, althans, qua afspraken en ontmoetingen. We hebben een paar uur tot het diner waarvoor we uitgenodigd zijn. Kwartiertje zwemmen, opfrissen en dan met elkaar weer aan het werk, om de briefing van vrijdag voor te bereiden.
’s Avonds zitten we met 16 man en 4 nationaliteiten aan een tafel waar gastheer en -vrouw ons een voortreffelijke maaltijd voorschotelen. Met lokale vis, lokale groente, lokale wijn. Het is een uur na middernacht als we besluiten dat een beetje slaap geen kwaad kan. Er wachten ons nog twee lange dagen.
Bekaa
Een fris en min of meer uitgerust groepje vindt elkaar aan de ontbijttafel. De gesprekken gaan onmiddellijk over het werk, de missie, de opdracht die we hier hebben; Wat vinden we van wat we hoorden tot nu toe, wat gaat er vandaag gebeuren. Na het ontbijt schuiven we een tafel verder aan, bij een vertegenwoordiger van Difid, de grote Britse organisatie, om kennis te delen en ervaringen te polsen. We krijgen de indruk dat veel van de grote clubs hier dezelfde boodschap hebben voor ons. Toeval? Een uur later staat onze comfortabele SUV klaar en gaan wij richting Bekaavallei, waar veel vluchtelingen zitten.
Via de weg naar Damascus, altijd de levensader die beide steden verbond en ook nu nog vrachtvervoer kent, hoewel minder. Langs de weg de gebruikelijke gigantische billboards. Onze Libanese teamleider wijst ons op de unieke samenstelling van de reclame, exemplarisch voor dit land. Reclame voor bier en wijn, reclame voor het circus dat komt. Daarnaast reclame voor een restaurant dat zich op de ramadan voorbereidt, hun uitstekende eten aanprijst, samen met de aanwezigheid van een gebedsruimte. Nergens anders leven deze geloven zo dicht en zo vrij naast elkaar, nergens anders, zegt hij, in deze regio is het mogelijk om als Christen een biertje te drinken, terwijl je buurman de ramadan viert. Die vrijheid staat behoorlijk onder druk, loopt risico met alles wat er rondom gebeurt. Hoe eindigt het in Syrië, wie is er straks (ooit) de overwinnaar? Want, zo zegt hij, als we deze wijze van samenleven, deze unieke vrijheid in dit land niet overeind kunnen houden, dan is het weg, komt het niet meer terug, in de hele regio niet.
Op twee uur van Beiroet zitten we in die Bekaa vallei, vruchtbare grond en al millennia in gebruik. Hier niet de grote tentenkampen die we kennen van televisie en van Jordanië. Vluchtelingen kenden deze streek in het buurland, waar ze vaak als seizoensarbeider in de landbouw werkten. Nu kwamen ze met alles wat ze mee konden nemen, en heel de familie. In eerste instantie vaak bij mensen thuis, of in een gehuurde flat. Ze werden als gasten ontvangen, in kleinere groepen tegelijk. Tijdelijk, dacht men, hoopte men. Maar dat is vier jaar geleden.
De twee gemeentes die we bezoeken hebben nu vluchtelingaantallen die gelijk of dubbel zo hoog zijn als die van de eigen bevolking. De centrale overheid doet er niet veel aan, het komt op de schouders van de plaatselijke gemeentes, van de burgemeesters daar, die met minimale budgetten de boel bij elkaar moeten houden, de scholen moeten laten draaien, het water moeten laten stromen, en de elektriciteit. Die het afval weg moeten werken, die hun parken uitgewoond zien worden, hun riolering overbelast.
Na de theorie van het gesprek, de praktijk van het veld in, naar de beter gestructureerde gemeenschappen vluchtelingen. Van groepen tentjes van plastic, zeil en hout, soms enkele, soms tientallen, tot grotere eenheden ommuurde, met watertanks en schotelantennes. Veel kinderen op straat tussen de middag. De kleintjes gaan ’s morgens, daarna de grotere: dubbel bezette scholen en leraren. Dubbel bezette artsen en ziekenhuizen. Een groter kamp binnen gaan wordt ons van harte afgeraden door de agenten die ons begeleiden. Aan de rand van de wegen het bewijs van de overbelasting, ook op het milieu: afval, plastic meest, tussen het rijpend graan, of al in stukken op de geploegde velden, de irrigatiekanalen vervuilend en blokkerend.
Op de terugweg even tijd om net voor sluitingstijd naar een wijngoed te gaan, waar al bijna een eeuw de vaten en flessen liggen opgeslagen in een bij toeval gevonden grottencomplex. Uitstekende wijn, als ik de proevers mag geloven. Een complex dat in hartje Frakrijk niet zou misstaan. De wijn wordt over de hele wereld geëxporteerd. Net als veel van het fruit en de groente uit deze streek.
’s Avonds eten we met elkaar op het terras van een Libanees/Armeens eethuisje. Daarna nog even brainstormen in het hotel met elkaar, om te bezien of we al een richting hebben gevonden waarin ons project zou kunnen gaan. Met heel veel uitwisselen van ideeën en gedachten, maken we al een flinke slag daarin. Mogelijk moeten we daarom kijken of het programma de tweede helft van de week omgegooid kan worden. In ieder geval betekent het dat we vanaf nu gerichter kunnen doorvragen en op zoek moeten gaan naar de info die we nog missen. En zo is het voor je het weet weer elf uur.
Beiroet
Vanaf het balkon kijk ik uit over de stad, de zee. Achter mij de residentie van de Nederlandse Ambassadeur in Beiroet; voor mij de haven waar ik in 1981 of -82 een week lag te lossen. Troste boeren in wijde broeken zagen toe op het uitladen van hun pootaardappelen, die in de Bekaavallei geplant zouden worden. Toen een land in burgeroorlog, die even verflauwd was. Er stonden, binnen de muur van lege containers die de haven moest afschermen voor verdwaalde kogels, overal platen marmer te wachten om de vernielde hotels weer op te knappen. Kort daarna zou de interne oorlog zijn laatste, bloedige fase in gaan.
Nu is Beiroet, althans het deel dat wij gezien hebben, een drukke, ogenschijnlijk welvarende stad. Een mooie mix van modern comfort, waar toch de groentewinkels nog tot na middernacht open zijn tijdens deze warme junidagen.
Ik ben hier voor een scopingmission. Waar Libanon een relatieve vrede kent, is het in buurland Syrië helemaal mis. Miljoenen ontvluchtten hun land. Opvang in de regio, daar weten ze hier alles van. Anderhalf miljoen (geregistreerde) vluchtelingen vinden al jaren hier veiligheid. Ze maken dertig procent van de bevolking uit. In sommige gemeenschappen zijn er twee keer zoveel vluchtelingen als autochtone bewoners. Stel je voor dat dat in welk land in Europa het geval zou zijn, stel je voor dat Nederland in korte tijd 9 miljoen vluchtelingen op zou vangen. We zouden krakend tot stilstand komen en tot chaos vervallen. Niet hier, niet in dit land, met zijn complexe politiek. Al jaren bieden ze de influx het hoofd.
Deze avond spreken wij onder leiding van onze gastvrouw, de Nederlandse ambassadeur, naar aanleiding van de ontmoetingen de afgelopen dag met allerlei vertegenwoordigers van de grote spelers in het veld van de hulpverlening hier, de UN familie, de Britse en Europese ontwikkelingsorganisaties. Ze zijn allemaal druk met het lenigen van de nood, het in stand houden van systemen die tot voorbij hun limiet zijn opgerekt.
Vanmorgen begonnen met een gesprek met een MP, die schetst hoe de politiek bevroren is op het moment, er nog geen presidentskeuze gemaakt wordt, en alles daardoor stil valt. Hij roemt de Libanese mentaliteit, waar mensen het dan maar zelf oppakken en oplossen, zo goed en zo kwaad als het gaat. Het is een dag van kantoor in, kantoor uit. Rond de middag realiseer mij ik ineens dat ik voor het eerst een moskee hoor, in een buurt waar kerk en moskee letterlijk naast elkaar staan. Ons hotel staat op de grens van de christelijke wijk, daar klinkt die roep niet door. Libanon is een uniek land, met een uiterst subtiele, afgedwongen balans in vertegenwoordigingen. Het maakt het complex en lastig, het werkt soms vertragend, maar is tegelijkertijd ook ontzettend boeiend.
Als we ’s avonds om elf uur weer in ons hotel komen, zijn we precies 22 uur in het land. Het voelt als dagen.
Dunning-Kruger en integriteit
Domme mensen kunnen niet weten dat ze dom zijn. Ze missen de intellectuele capaciteit om domheid te herkennen. Als ze wisten wat ze niet wisten zouden ze het weten.
En volgens mij gaat deze theorie, het Dunning-Kruger effect, ook op voor integriteit.
Je (h)erkent niet-integer gedrag alleen als je weet wat integer gedrag is. Dus iemand die niet-integer handelt, is niet in staat om dat te herkennen, want als hij dat kon zou hij anders handelen.
Ik schud hem even uit de losse pols, oplettend lezertje, geheel onwetenschappelijk, het Dunning-Kruger effect voor integriteit. Hij kwam bij me op door een paar zeer recente ervaringen. Ook nog een waar domheid en niet integer gedrag samengaan, een dodelijk gevaarlijke combinatie.
Maar ook intelligente mensen kunnen niet-integer zijn, of niet-integer handelen. En volgens onze Premier, jawel, onze Premier, kun je iemand die niet-integer handelde maar verder zijn werk als Gedeputeerde, ja u leest het goed: Gedeputeerde, jaren lang goed deed dat niet gelijk kwalijk nemen.
Kun je dat niet? Ik kan dat wel. Want juist met die jarenlange staat van dienst zou ieder niet domme, integere Gedeputeerde, net als alle andere bestuurders, heel goed moeten weten dat er een scheiding moet zijn tussen werk en privé, tussen wat wel kan en wat niet kan, zelfs als hij daar geen cursus voor heeft gevolgd. Maar Verheyen komt er mee weg, of lijkt er mee weg te komen. Het is een aardige jongen, hij heeft zo hard gewerkt (en is daar goed voor beloond altijd), we moeten hem niet te hard vallen.
Zelf zegt hij “Ik ben oprecht (!lr) van mening dat ik het zo goed als mogelijk heb geprobeerd te scheiden. Maar ik ben een politicus, geen heilige. Ik ben niet feilloos.”
Wie te laat zijn werkbriefje inlevert: korting. Wie niet genoeg spijkerbroeken heeft: geen uitkering, hij zal de boel wel belazeren, Wie een dag te laat is met een bezwaarschrift in te leveren: geen vrijstelling. Maar een Gedeputeerde, goed opgeleid, getraind, ervaren, ach, tja, foutje, zand er over, niet opblazen en we hebben het helemaal verkeerd begrepen.
Ieder recht van spreken kwijt, geloofwaardigheid onder nul, vriendjespolitiek, eigenbelang; een klap in het gezicht van die vele honderden PGB gebruikers die al weken vergeefs wachten op de oplossing van hun problemen, en zich moeten laten welgevallen dat ze worden te woord gestaan als domme randcriminelen die het allemaal niet snappen of verkeerd doen.
Integer zijn in al je handelen, daar gaat het om

