NBU 66, How the West was won

 

IMG_8049

IMG_8085

Cowboylaarzen vond ik niet vandaag, wel ezelsoren. Gisteravond dacht ik op een prima plek te staan, maar nadat dezelfde auto twee keer kwam kijken en weer omkeerde, besloot ik te vertrekken naar de Walmart in het stadje. Een rustige plek dit keer, met veel RV’s. Ik zette mijn Monster erbij, keek mijn Netflix aflevering af, verduisterde de raampjes van mijn slaapkamertje (ja die parkeerplaatsen zijn goed verlicht) en sliep als een roosje. Wat ik zelfs doe als ik wakker lig uiteraard.

De volgende ochtend zou ik eerst een lokaal museum bekijken, tot het trail centrum iets buiten de stad open zou zijn. Goed plan. Eerst even verse groente inslaan en wat turkeybacon (hebben we dat in Nederlandland eigenlijk ook?). Daarna welgemoed de auto starten, museum op de applemap. Niets, geen klik, geen steun, geen spark. En ja, ik had de lichten gisteravond aangelaten. Leve de AAA! Bellen, vragen waar ik sta, wat de mevrouw verstond als Elk Grove, wat in Californië ligt, maar dat is nog een eind rijden van Elko in Nevada. Toen dat duidelijk was, kwam er een Grote Vriendelijke Reus in een gele takelwagen met een jumpstarter en kon ik zo weer verder. Gelijk naar het trail centrum, de tijd was nu rijp.

Nu wist ik al wat van die pioniers trails, had al eens een boek gelezen voor ik naar Utah ging, en had mij tijdens de rit door Nevada al afgevraagd hoe dat zou zijn als je de Watchats bergketen over bent en dan die vlakte voor je ziet van de Great Basin, en weet: daar moet ik overheen, met mijn hele hebben en houden. De Great Basin is vanwege zijn bergruggen aan alle kanten zeer droog, het regent er nauwelijks. De vlakte waar ik over reed is een zoutige bedoening. Gras voor beesten groeide er toen nauwelijks en volgens mij nu nog niet veel. Drinkwater voor mens en dier was schaars en zout. In het centrum wordt dat nog eens heel duidelijk allemaal toegelicht, met getuigenverklaringen van gezelschappen die daar succesvol doortrokken. Maar ook overlevenden van de Donner-Reed Party, die verkeerd geïnformeerd de Hastings cutoff volgden, langs de Humboldt rivier, om daarna te constateren dat die rivier in het zand verdween en ze een langere in plaats van een kortere weg hadden. Ze kwamen in november vast te zitten in de sneeuw van de Sierra Nevada en pas in april waren de overlevenden gered. Bijna de helft van het gezelschap kwam om, overlevenden aten hun vlees. Die overlevenden werden zeer succesvol in Californië, wat ze ook waren in hun streek van oorsprong. Het ging ze om de zakenkansen. Die Hastings cutoff ligt dus in het zicht van dat centrum, het is allemaal na te voelen en zien. De afstand, de droogte, de begroeiing, de hitte. De koude, de bergpassen en de wind van de Sierra Nevada had ik ook al een beetje gevoeld, en dat midden in de zomer.

Met de verse kennis weer in mijn achterhoofd de rest van het basin doorgereden. De vriendelijke jonge Ranger die bezoekers leert hoe een hert te schieten met oude javelins adviseert mij zeker de Shoshone Falls te bezoeken en Craters of the Moon niet over te slaan. Daarheen dus! Denk niet dat ik geen gidsen heb, maar ja, dit is leuker. Ze vindt mijn reis geweldig, zoals meer mensen die mij vragen waar ik vandaan kom. Mijn Amerikaans is niet overtuigend, zoveel is duidelijk. Zij doen het allemaal in twee weken, dan kom je minder ver.

Vandaag een zonnetje en mooie sluierbewolking met af en toe een schaapje. Twin Falls was het doel, met eventueel een stadje of wat verder als het meezat. Want de halve dag is al om als ik vertrek van het centrum.

Bij Jackpot, waar de laatste casino’s je nog proberen te verleiden, de grens over. Hoe recht en willekeurig die grens ook lijkt op de kaart, het landschap verandert op korte termijn drastisch. Idaho is de aardappelstaat (officieel de Gem State). De hoge bergruggen verdwijnen en vlakken af tot een soort schuine tafelbergen, tot ook die er niet meer zijn en bouwland verschijnt. Met inderdaad daarop bloeiende aardappelplanten. En mais, bieten en andere groentes. Suikerfabrieken in de dorpjes. Geen bergtop meer te zien, maar een golvende hoogvlakte, want ik zit nog steeds tussen de 5000 en 6000 voet. Weids, weids, weids. Als ik een heuveltje neem zie ik aan de verre horizon weer de belofte van sneeuwtoppen.

Halverwege de middag bereik ik Twin Falls. Door het stadje rijdend, met lage, ruime bebouwing vraag ik mij af waar die watervallen toch moeten zijn, er is immers geen bergtopje te bekennen. Bij het bordje dat naar het park verwijst moet ik haastig op de rem trappen, ineens valt er een gat in de aarde. De scheur, veroorzaakt door opkomende lava, is nu basalt, gevuld met de Snake River. Die heeft die watervallen, diep onder mij. Pas te zien als ik Monster weer wat haarspelden heb laten maken. Maar dan heb je ook een prachtig uitzicht, vanaf verschillende punten.

Aan de bezoekerskant parkeerplaatsen, een verzorgd park met heerlijk gras en een klein winkeltje voor de souvenirs. Na me te hebben vergaapt en te hebben gefotografeerd ga ik even in dat gras onder een boom zitten om een en ander op me in te laten werken, onder het gebulder van het water. Water dat ook gebruikt wordt voor al die landbouw hier, soms staat de waterval af, en gaat het water naar de velden die constant besproeid worden. Na twee uur ga ik verder, Craters of the Moon tegemoet. Het stadje uitrijdend passeer ik nog een Mormonentempel met gouden engel (niet gek zo dicht bij Utah) en dan de brug met scenic view. Aan de overzijde gelukkig een stopplaats want het is weer adembenemend, de basaltwanden gaan loodrecht omlaag tot waar op de rivier, ver beneden me, bootjes en kajaks dichter bij de waterval willen komen. Vanaf de brug schijnt men ook af en toe te basejumpen, maar vandaag wilde er niemand springen.

Dan rijd ik verder in de zomeravond, een landschap met huizen waarin alleen maar een vrouw met rode jurk de deur open hoeft te doen om je in een schilderij van Hopper te wanen.

Mijn Monster ruikt inmiddels heerlijk. In Elko was men sagebrush aan het kappen en ik vroeg en kreeg een stuikje. Volgens mij is het alsem, daar ruikt het tenminste naar, heerlijk zoet en fris. Zo langzamerhand ligt en hangt Monster vol met van alles en nog wat aan schelpen, stenen, veren, pinecones en nu dus die sagebrush.  Met mijn app lukt het me boven Shoshone, weer zo’n rustig landbouwstadje, BLM-land te vinden en een geschikte gravelplek. Hopelijk komt er vanavond niemand kijken want een Walmart is hier ver te zoeken dit keer.

Ik eet bonen en cottagecheese met augurk op het trapje van Monster, dat lijkt me passend na deze dag. Mijn RV is immers een soort veredelde pionierswagen. Nu snap ik al die Amerikanen, die doen gewoon wat hun voorouders deden, de hele boel inpakken en gaan.

Ik kan geen deuk slaan in dit land, het is allemaal zo aanlokkelijk en uitdagend. Welke kant je ook op gaat:  landschap, geschiedenis. Allemaal de moeite waard om te bekijken. Ik zal nog vele keren terug moeten komen na deze reis ben ik bang.

In het licht van de ondergaande zon klim ik op Monsters hoofd om wat gerammel te bestrijden en kan dan rondom mij over de velden en vlaktes kijken. Een leeuwerik laat zijn zang horen.

Niets om mijn blik tegen te houden. Zo ver het oog reikt.

 

NBU 65, Eisenhouwer

IMG_7984

Drie hoeraatjes voor Dwight D. Eisenhouwer. Als jong officier reed hij het land door in 1919. Als president zorgde hij ervoor dat er een natiewijd wegennetwerk kwam met nationale routes, de interstates onder andere. Vandaag reed ik van Reno naar Elko, over de I80, die naar hem vernoemd is. Parallel aan bergruggen, af en toe erover. Bedekte luchten, weidse vlakten tussen die ruggen. Een prima weg, met maar matig verkeer. Ik rijd feitelijk tegen de oude pioniersroute in, die van Missouri richting Oregon en Californië ging. De plaatsjes langs de weg weerspiegelen vaak de geschiedenis. Emigrant, Argente (veel mijnbouw hier), Pioneer, Coal Rock, Minnuccie, want dit was ooit natuurlijk van de oorspronkelijke stammen. Af en toe houd ik halt om te genieten van het uitzicht, maar vastleggen kun je het nauwelijks. Het is het grootse, het weidse, het rondom en dan die hemel daarboven die het indrukwekkend maken. Mudflats in het begin, de trein rijdt door dit gebied, met ertswagons en af en toe vee. Sagebrush, bloeiende gele en blauwe bloemen. Dikke paarse distels hier en daar. Af en toe breekt de zon door en spoelt een berghelling in een plas licht. Het waait flink en er zijn dus heel grote stofduivels. In Minnuccie gooi ik de tank vol, eindelijk weer in de buurt van de $ 3.00. Ik sta te tanken achter een vliegtuigje, voor het eerst van mijn leven. Zilver propellerdingetje, met de vleugels erachter opgeslagen. Hij tankt niet zelf, maar de wagen die hem trekt, maar toch. Een jongeman geeft me advies over waar te verblijven rond Elko. Daar is een van de centra die informatie geven over die grote trek naar het westen. Er is ook een folkmuseum en ze zijn gek op rodeo en meer van dat westerngedoe, dus daar ga ik de ochtend aan wijden.

Als ik ergens op een officiële rustplek halthoud en de bordjes daar lees, kom ik in gesprek met medereizigers. Een dame vertelt over hoe ze jaarlijks met haar mensen een stukje Trail of Tears loopt. Een andere tocht, waar je niet naar het beloofde land gaat, maar ervan verdreven wordt. Het ontroert haar duidelijk, het verdriet zit nog diep. Het andere stel heeft in Reno een auto opgehaald die van hun zoon gestolen was en werd teruggevonden omdat de dievegge zonder benzine kwam te zitten en met knipperende lichten langs de weg om hulp vroeg. Die hoeft voorlopig niet meer zelf te tanken. Het stel moet dus nu met twee auto’s meer dan 900 mijl terug naar Billings Montana. We wisselen verhalen uit, ik krijg weer tips en adviezen over waarheen te gaan en welke wegen mooi zijn. Ze willen ook naar Europa, Scandinavië heeft hun voorkeur, daar deel ik dan weer adviezen over uit. Ik deel dat ik nog bijna niemand ben tegen gekomen die niet aardig of hulpvaardig was, en daar zijn ze blij om.

U zult zeggen, gaat het niet vervelen, al dat landschap? Nee, dat blijft prachtig, dat verveelt nooit en het is voortdurend anders.

Laat in de middag bereik ik het bezoekerscentrum, wat uiteraard dicht is en rijd nog even door naar Elko zelf. Daar gebruik ik mijn app om zeker te weten dat ik op BLM-land sta. Ik vind een prima brede plek langs de bijweg hier, op gravel. Hij wordt gebruikt door vrachtauto’s die hier af en toe parkeren of spullen opslaan. Er staat een meetapparaat. Mensen die met hun bootje in een meer van buiten de staat komen, moeten zich laten inspecteren, dat gebeurt op alle grensroutes. Men wil geen exoten verspreiden. De slogan daarvoor is overal: ‘don’t move a mussel!’ Ik weet dat omdat de inspecteur van dienst met zijn pick-up de apparatuur kwam halen. Volgens hem mag ik hier ook staan. Dus dat wordt dan hopelijk een rustig nachtje met weinig verkeer. De sneeuwtoppen van Spring Creek gloeien weer roze op als de zon aan de andere kant achter de heuvels verdwijnt.

Morgen Elko verkennen. Misschien staan hier wel mijn cowboylaarzen.