Half een hield de oorverdovende herrie eindelijk op. Maar toen had ik alle poging tot slaap al opgegeven en stond ik spullen te sorteren. Als compensatie begon de fanfare om zeven uur de dag met een vrolijke deun. Ik was toen al een uurtje wakker. Even goed nadenken wat ik aan ga trekken en wat ik eerst ga doen zo.
Beneden zijn mijn bootbuddies bezig hun spullen aan te trekken. We nemen afscheid met een hug of een gedag, afhankelijk van de tijd die we samen doorbrachten. Mijn gidsen zijn er niet, die maken zich na drukke weken op voor meer drukke weken, er komt een grote groep Australiërs.
De 12 Taiwanezen die hier kerstdagen vierden vertrekken weer. Inclusief hun indrukwekkende droogpakken in fraaie kleuren, de caps met kattenoortjes en de hertengeweitjes en kerstmutsen voor het broodnodige fotogeweld onderwater. Of zoals een gids het samenvatte: under water Mickey Mouse.
Dan de rekening. Altijd spannend. In Amsterdam kon ik even helemaal niet bedenken wat de pin van mijn creditcard was. Gelukt!
Ik sjouw met een deel van de redelijk droge uitrusting al die trappen weer op. Ik aanschouw de chaos rondom en besluit dat thee dan altijd een goede tussenstap is. Uiteindelijk staan de koffers keurig gepakt op de stoep, ik vertrek voor het laatste half uur naar een paar niveaus lager, nog een thee en wat koekjes.
Dan hoor ik fanfaregeschal, erg dichtbij. En verdomd, de hele band (een andere dan gisteren) staat tussen de wasbekkens en de compressorruimte een speelt een deuntje. Als ik aankom, wordt er door vrolijke medewerkers een stoel voor me buiten gezet. Twee nummers spelen de mannen dat het een aard heeft, echte fanfare, koper en drum. Daarvoor een majorettekorps, met een kleintje van een jaar of zeven als middelpunt. Strakke rood-zwart-zilveren pakjes, met grote glimmende knopen, bijpassende oorbellen. De bandleider zweet peentjes in zijn uniform.
Zo heb ik nog nooit een vakantie afgesloten. Na twee nummers gaan ze weer, en is inmiddels mijn boot ook klaar voor vrertrek. Een kort tochtje, dan overstappen naar een SUV met een praatgrage chauffeur, die twee banen heeft om het allemaal te kunnen betalen. We bespreken de toestand in de wereld en die in de Filippijnen in het bijzonder. Halverwege de rit gaan we over op muziek van een lokaal radiostation. Hij moet nog twee uur rijden om weer thuis te zijn, daar ligt een pakje op hem te wachten. Hij verwacht dat zijn vrouw wel weer boos zal zijn omdat hij weer wat voor de auto bestelde.
Ik vrees chaos en drukte bij inchecken, maar alles loopt op rolletjes. Dat het in het vliegtuig op mijn plek bij het raam zo koud is door de luchtstroom dat ik aan de rechterkant zeker vijf graden kouder ben dan links, zodat ik dus behoorlijk wrak en onvrolijk in Doha aankom, het hoort er allemaal bij.
Ik vraag Dave, de eigenaar, of hij de laaghangende treurige bewolking even kan laten verdwijnen, en hij de zon tevoorschijn tovert.
En verdomd, het lukt hem.
In ruil daarvoor houdt mijn computer het weer op alleen diepte en tijd, wat onvoldoende is.
De tweede duik is nog leuker dan de eerste, het regent nudie’s, vaak dezelfde twee soorten, maar ook een paar onooglijk kleine nieuwe, net als een mini flatworm, ter compensatie van die heel grote gisteren en de forse zwartblauwe even daarvoor. De zon maakt de safety stop onder de boot een feest van kleur. De laatste vondst moet ik bijlichten met mijn gewone lamp, de fotolamp is al door zijn energie heen.
Als we tegen twaalf uur op het strand aankomen, landen naast ons twee boten vol gasten en het nu in de kerk getrouwde bruidspaar, zij in rood satijn, hij in traditioneel pak. Alle gasten op hun kerstbest. Op naar dat varken, denk ik. Men is opvallend rustig, op het luide knalvuurwerk na.
Een extra lange pauze, we gaan vandaag een Black Water Dive maken met drie duikers en een gids, een heel stuk verderop. Daar in de buurt is dan ook onze middagduik, dan hoeven we niet heen en weer. Scheelt weer gedoe. Zuinig zijn dus met de cameralamp vanmiddag. Alles ligt weer op te laden, maar de tijd is eigenlijk erg kort om alles vol te krijgen.
Om half vier varen we uit met prachtig weer en een koelbox bier. Volgens Gianni een garantie dat we ook iets zullen zien. Na een goede derde duik, met flamboyant, nudies, garnalen een zeeslang die graag een kijkje neemt in de grote lens van Gianni’s camera, volgt een pauze waarin we de zon zien ondergaan, en de lichtjes van de wal tevoorschijn komen.
Dan volgt het nieuwe avontuur.
In het donker nog een kwartiertje of zo varen, naar een plek waar we op 400 meter diep komen. Er wordt een boei te water gelaten, met een rood licht boven water, en om de vijf meter een groep lampen, tot op 15 meter. Alles aan, lampen aan, camera al aangehaakt, en op drie allemaal gelijk te water.
Dan is het zaak te zien wat er op dat licht allemaal af komt, en met een behoorlijke camera kun je dat dan proberen vast te leggen. Met mijn telefoon is dat niet te doen, die is te traag om dingen scherp te krijgen. Maar wat een leven. Alles wat nog als larve of voorstadium in het open water leeft, wat nog geen huidje of schilletje ter bescherming heeft, krioelt daar door het water, samen met die vervelende waterluizen.
Wezentjes die vermoedelijk op weg zijn een octopus te worden zie ik, turnicates met daarin soms een of twee jonge visjes, die daar bescherming vinden. Een soort slangetjes, met in ieder segment een gele kern: het is sprookjesachtig, spookjesachtig, klein en transparant. Soms is een kwalletje te herkennen, mijn bovenlip herkent de steek. Er jaagt een stel kleine squids dat steeds als ze ons raken inkt spuit. Je diepte goed houden is lastiger dan gedacht. De afspraak is in een richting om de lampen heen te draaien, en vooral niet te ver weg te raken op jacht naar een goede foto. Dat laatste probeer ik niet meer, ik maak een filmpje en kijk vooral. Maar wat een sensatie is dit zeg. Na bijna een uur houden we rond de vijf meter de veiligheidsstop, gaan omhoog, verzamelen rond de boei, waarna de boot ons oppikt.
We zijn allemaal bij. De bemanning bedelft me onder drie handdoeken, uit angst dat ik het koud krijg tijdes het lange terugvaren, dus ik zit lekker comfortabel na te genieten. De mannen proosten met een koud biertje op het succes, het bier heeft zijn werk goed gedaan, er was veel te zien.
Tegen acht uur weer aan land, alles weer uitspoelen en ophangen.
Vandaag de grote oversteek, naar de kust van een ander eiland. Helaas was de stroom te sterk voor de geplande wall dive, wat jammer zou hebben moeten zijn. Sand and rubble dus weer. We duiken van deze boot met twee groepjes. De Canadezen met een jonge dive master, ikzelf met de groep verenigde Nederlanden, samen met de twee Belgen. Als we dan na soms meer dan een uur, ze zijn hier genereus, bovenkomen, hebben we vaak weer heel andere beesten gezien. Andere slakken, ander pijpvissen, wel of niet een schildpad Bij elkaar is de oogst weer geweldig. Wel trekt de wind aan tijdens de duiken, er staat schat ik een forse drie tot vier, met witte kopjes op de golven. De terugvaart is iets ruiger en door de wind koelen we behoorlijk af. Ook de vrolijk gestreepte handdoek kan ons niet beschermen. Als we na die ochtend weer op het strand landen, is het aan de wal warm en zonnig en komen we weer bij.
Hoeveel van die handdoeken er per dag door gaan: ik schat per gast zo’n twee soms drie per duik, drie duiken per dag. Het is nu rustig, de helft van het totaal aantal mogelijke gasten. Dat zijn ruim honderd handdoeken per dag, en bij volle bak het dubbel. Ze worden constant ingezameld, gewassen en keurig opgevouwen voor gebruik. Ze liggen vers op onze duikboten, samen met water en heet water voor thee of oploskoffie, en een verse doos oreokoekjes. Dat naast alle sets voor de duikers en twee flessen per duiker, het wordt allemaal op de schouders over het keienstrand aan boord gesjouwd, oer de smalle looplanken. Dus echt een plank breed. We duiken in traditionele prauwen met dubbele riggers. Wel gelukkig voorzien van een dieselmotor onder het dek. Je ziet ook overal eenpersoons versies liggen en varen, vaak in vrolijke kleuren. Daaruit wordt gevist met een lijntje.
Het leven voor de gasten mag een feest zijn, en alle personeel is altijd vrolijk en behulpzaam, het moet hard werken zijn, met lange dagen. Een dive master heeft wellicht de best betaalde baan, maar je zult maar drie, vier keer per dag te water moeten met die gekken. Ze liggen minuten lang te urmen voor het beste shot soms, en jij hangt dan op te letten of ondertussen naar nieuwe vondsten te zoeken, je moet alles in de gaten houden en je hebt het ook allemaal al tig keer gezien. Wij merken daar niets van. Als een bepaalde groep gasten vertrekt, hebben de dive masters kans op wat vrije dagen om hun stikstofniveau weer omlaag te krijgen en de vermoeidheid te bestrijden.
Na de lunch een kort ritje naar een volgende duik, met voornamelijk zand. ‘Less nudi’, waarschuwde Joemar, de jongse van de twee DM’s. Het was weer een wereldduik. Op het witte zand hier en daar een blokje, een solitaire zacht koraal, veel zeepennen en veel blauw water, wat mistig vanwege de wind van die ochtend, dat het zand opwarrelt.
Maar ze waren toch overal, die slakken, samen met die verschillende garnalen en krabbetjes, de geweldige mimic octopus, de sneaky schildpad die ik toevallig achter ons voorbij zag gaan en achtervolgde voor een filmpje. Er was een prachtig stel ornate ghost pipefishes, verwant aan het zeepaardje. Ze zien er zo waanzinnig uit dat ze op de voorkant van mijn vissengids staan. Ik zag een soort, de Canadezen van de andere groep vonden een andere, gladdere soort.
De winnaar deze middag? Lastig kiezen, maar waarschijnlijk het zeepaardje. Niet de ieniemini’s die we zo graag vinden, gewoon een fors exemplaar dat zich met zijn paarsrode staart aan een zacht koraal had vastgehaakt, Op het zachte koraal er direct naast huisden weer twee bijzondere garnalen. Dat was nog druk fotograferen dus.
En terug op vijf meter een groot blok vol veersterren, zachte en andere koralen, diverse soorten clownvissen op hun bubbel anemonen (ook verschillende soorten), veel andere visjes en vissen. Je kijkt je ogen uit, als je het hele blok rond gaat om te zien of er ergens nog een garnaal of nudi zich verschuilt. Dat alles onder het zonlicht dat op zulk ondiep water sterk is, en een prachtige lichtblauwe achtergrond geeft voor de foto. De duik van 60 minuten was na 75 minuten echt afgelopen.
Het was een mooie duikdag, en ik besloot de nachtduik,hoe mooi ook, over te slaan. Om de administratie op orde te krijgen, een begin te maken met het schiften van de foto’s. Even bijkomen. Maar ondanks die voorzorg, was het om acht uur toch weer licht uit hier, en tien voor een dus weer licht aan. Om u dit blogje te schrijven. Met als foto dat zeepaardje. Geniet!
Twee heit de klok, de klok heit twee. Dat wil zeggen dat ik klaarwakker ben, na om half acht zo moe te zijn dat ik vreesde aan tafel in slaap te vallen. Kon nog net wat nodige handelingen verrichten om morgen een droog badpak te hebben. Al elf duiken gemaakt, terwijl er pas drie duikdagen achter de rug zijn. Ik ga dat tempo vermoedelijk niet vol houden de tweede week, maar dan heb ik ook al heel wat sites gezien.
De ochtendduik was prachtig, rond een stalen constructie met helder licht, veel witte vis en rare paddenstoelachtige koralen tussen de prachtige begroeiing op die rechte stalen balken. Een nog nooit gezien soort en in mijn boek staan ze niet. Men roept Lollipop coral, ik vind ze meer magic mushrooms. Wel wat lang op 25 meter blijven hangen, als enige ook nog op lucht, dus ik zat al aan de thee toen de rest nog boven moest komen. Dan denk je: prachtig, kan niet beter. Maar dat doen ze dan toch op de tweede duik.
Ik zie nieuwe soorten, van flink zichtbaar tot minder dan een halve centimeter, het beweegt, het heeft soms pootjes, maar dat krijg ik met deze cameraset nooit scherp in beeld.
De twee Argentijnen vieren hun laatste dag met niksen, onze Romnick is vervangen door Erwin.
ik zit nu met twee Canadezen, die net een paar jaar jonger zijn dan ik. Tel daar de Belgen bij die ik schat op rond de zestig, en we zijn hier de bejaardenboot. Maar de drie oudjes gingen wel als bijna de enigen er vanavond nog uit, een uur na terugkomst. Een vriendelijke Duitse jongeman vroeg na de derde duik: kom je net terug of ga je? Het antwoord was: allebei. Grootste zorg is dan de batterijen vollig te houden, wat lukte.
Het weer wordt zonniger, maar de wolkbreuk vanmiddag, toen we net weer aan land waren, was zelfs voor de lokalo’s fors. De trappetjes werden watervallen, de atapdaken gaven beschutting (maar dropen nog lang na), de staf begon paraplus uit de delen, zodat we nog van plek konden veranderen zonder te verdrinken. Gisteren zat ik rond dezelfde tijd even bij de pool, visboeken en logboek er bij, toen ik ook werd overvallen door een wolkbreuk. Zit je dan, met je handdoekje. De parasol verderop nog net bereikt, maar door de wind gaf dat maar half soelaas. De wolken komen van achter de steile heuvel vandaan, je ziet ze pas aankomen als het te laat is om te vluchten.
Hoort er allemaal bij.
De nachtduik bracht weer ongekende dingen, de dagduiken waren ook prachtig, het endorfine-gehalte moet inmiddels extreem hoge waardes hebben, na de duik zit ik bijna te dansen in de boot, de bemanning vindt me waarschijnlijk geschift. Maar ze zijn heel aardig, dus dat laten ze niet merken.
Alle apparatuur deed het zelfs vandaag, dus als dit blogje klaar is ga ik de beelden overzetten, zodat ik eventueel foto’s kan verwijderen als mijn telefoon vol raakt.
Dat zou zo maar kunnen gebeuren. Ik zoek een mooie voor jullie uit!
‘People are strange’, zingen The Doors, als ik dit stukje voor de afgelopen (voor mij dan) dag begin. En duikers zijn dat zeker.
Ga maar na: stoere kerels en minstens zo stoere vouwen pakken hun koffer vol met zware, dure spullen, vaak omvangrijke camera-apparatuur, met waterdicht huis, lampen, pak, trimvest, vinnen, en alle andere eeltjes die er bij horen. Dan ben je al veel geld kwijt.
Dan boeken ze een reis naar de andere kant van de wereld, me alle ongemakken en vertragingen en wachttijden van dien, inclusief de maaltijden, die soms prima en een enkele keer niet te eten zijn. Dan per auto door onbekende oorden ergens uitstappen waar je vaak ook niet precies weet wat je kunt verwachten.
En dat alles om op zoek te gaan naar soms die heel grote haaien en manta’s, walvissen, schildpadden. Dat snappen niet-duikers ook nog wel , daar kun je in de kroeg nog mee aankomen. Maar leg als stoere Argentijn maar eens uit dt je al die moeite doen om ergens tussen de rommel een slakje of garnaaltje van een halve centimeter te zoeken, en te vinden.
En allemaal blij als we boven komen naar ene uur duiken, om een anderhalf uur daarna weer al je vaak nog natte spullen weer aan te trekken, de boot weer op te zoeken, dat heel circus een paar keer per dag te herhalen met ondertussen de eerste dagen een gigantisch slaapgebrek door het tijdverschiul.
Na de twee dagen reizen, de drie duiken, was ik zeer van plan nog mijn dagelijkse blogje te schrijven. Maar na het eten kon ik nauwelijks mijn ogen open houden en er moest nog iets gedaan worden om foto’s te kunnen blijven maken de volgende dag. Om tien uur ’s avonds was ik knock-out. Om een uur of drie klaar wakker en het lukt mijn nog tot een uur of half vijf te blijven liggen, daarna er uit om een beker thee te zetten en alles klaar te leggen voor de komende dag, geheel verkwikt. Laat de dag maar komen. En zo denkt iedereen er hier over, ruim voor zeven uur ben ik lang niet die eerste die zich aan het ontbijt waagt. Deze tweede ochtend kom ik er achter dat er ook yoghurt is, en om dat te vieren neem ik ook een kaasomelet van twee eieren, een glas mandarijnensap en een banaantje mee voor onderweg. Zo haal ik de lunch wel.
Dit wordt een vier duiken dag. Ik waag me er aan, want de nachtduik lonkt en daar ben ik dol op.
Gewoon onder water om je heen kijken, met je lamp in hoeken en gaten schijnen. Je verkneukelen over die balestoides die liggen te slapen tussen de rotsen, in groepen, met de staartjes zichtbaar vanuit de spleten en gaten. Plezier om de flink grote en voor jou nieuwe slakkensoort Blij met de uitstekende en behulpzame divemaster die er op uit is het zijn gasten naar het zin te maken, wat hem prima lukt.
Inderdaad: people are strange. Maar wat we onderwater zien is vaak nog veel stranger.
Ooit ontmoette ik een ervaren duiker tijdens een zeer geslaagde duikreis en vroeg hem waar mijn volgende bestemming zou kunnen zijn. Zijn antwoord: Anilao, slakkenparadijs.
Dus daar zit ik nu, iets over vijf uur op een zondagmorgen in december, op een balkonnetje dat zeezicht belooft. De hanen kraaien elkaar toe dat de dag er aan komt, de gekko laat zich horen, overal krekels. De lucht is zo helder dat een planeet hoog in het westen er een gat in brandt.
Naast mij een kop thee, voetjes op de railing, en benieuwd wat de dag gaat brengen.
Maar je moet er wel wat voor doen.
Vrijdag op tijd je bed uit, koffers definitief dicht, verwarming laag, quooker uit, niets vergeten? Mijn bovenste beste buurman bood aan mij naar de trein te brengen, en we zijn van de weeromstuit zo op tijd vertrokken dat we de eerdere trein de overgang zien passeren. Geeft ons tijd nog even het leven en de wereld door te nemen.
Al op het station een eerste ontmoeting, met iemand die ik ervan verdenk duiker te zijn, maar hij zit in de luchtvaart, en gaat naar huis in het VK.
Alle treinen zijn braaf, probleemloos glijd ik Schiphol binnen. Er staan nog geen lange rijen.
Ik ga even langs bij een electro-jongen, na alle hindernissen te zijn gepasseerd. Een powerbank voor mijn nieuwe foto-outfit. Bankbiljetten in twee verschillende soorten. Eerste hik-up: wat was ook al weer de pin van mijn creditcard? Al had ik mijn reis er mee terug kunnen verdienen: geen idee. Dat krijg je met die vingerafdrukgeintjes, je gebruikt haast nooit meer je pin. Ik neem geen risico en besluit een nieuwe aan te vragen, die ligt binnen enkele dagen thuis in de bus.
Ik koop toch nog even dat boek wat ik wilde laten liggen, omdat het uitstekende boek dat ik mee nam voor onderweg, dreigt uitgelezen te raken.
Ik eet wat, ik bekijk het theater dat een internationaal vliegveld altijd is, werk aan mijn conditie door naar de verkeerde gate te lopen, 180 graden de verkeerde kant op, en kom keurig op schema aan bij de goede.
Wat niet gezegd kan worden van mijn vliegtuig, dat een half uurtje te laat met boarden begint. Niets aan de hand, wind mee, we komen toch voor schema aan op Doha.
Mij was beloofd dat Doha een fantastisch vliegveld is, met zelfs een tropische tuin. En die is er, inclusief flinke bomen. Mooie architectuur, alle dure merken winkels, glitter en glas, met zelfs burgers van Gordon Ramsey, als je er trek in mocht hebben. Toiletten schoon, een gelegenheid om te douchen, een Mercure om te overnachten. Echt, je gaat haast denken: waarom is het op Schiphol niet zo.
Tot je afdaalt naar de gates, waar totale chaos heerst.
Er zijn zitplaatsen, maar die bieden geen zicht op de informatie, dus gaat iedereen rond de gates hangen tegen de tijd dat boarden werd beloofd, die ook hier ruim een half uur na planning wordt begonnen en dan bussen, en een trap op om je vliegtuig in te komen.
Van carrier gewisseld inmiddels, dus het comfortabele vliegtuig met het uitstekende eten is nu een oude airbus, zonder schermen, met een maaltijd die zonder competitie de slechtste is die ik ooit tegenkwam in een vliegtuig, met aardige mensen maar zeer rottige stoelen. En dan is acht uur lang. Het online entertainmentprogramma doet het uitstekend op de telefoon van de buurman, bij mij weigert het na een aantal minuten steevast dienst. Ik wend mij tot dat boek, maar iedereen wil slapen en dan is zo’n leeslamp hinderlijk. Uiteindelijk komt er een eind aan zo’n tocht en sta je op Manilla Airport. Waar dit keer mijn koffer ook aankomt, na de spanning te hebben opgebouwd en als een van de laatste over de streep te komen.
We er niet mee kwam: mijn zeer handige opvouwbare donsjackje. Nu niet nodig, maar die ga ik bij terugkomst zeker missen als ik sta te vernikkelen in mijn zomerse truitje en hoodie op Sloterdijk.
De chauffeur komt op de afgesproken tijd op de afgesproken plek, ik denk veel vroeger dan verwacht op de bestemming te zijn, maar die ligt dan toch nog bijna vier uur rijden langs tolwegen verder, in het donker.
Steeds als ik vermoed dat we er nu toch bijna zijn, duikt er geen duikparadijs maar een olieconcern op. Tot de bebouwing steeds schaarser wordt en we langs een steile kronkel de kust bereiken, en eindigen in een zo goed als doodlopend straatje ongeplaveid. Niet dat je denkt: mijn droomresort. We moeten wel verder, maar vanwege de nog actieve moesson ligt er een plas die ze madam niet aan willen doen. De jonge maar zeer vaardige chauffeur keert de auto op een rijksdaalder en rijdt achteruit tot hij niet verder kan. Zo kan hij weer wegrijden en ik houd droge voeten. Twee heren van het resort nemen elk een koffer op de schouder en lichten mij bij met een zaklantaren. Lange betonnen trappetjes, geitenpaadjes, over gras en langs kakkerlakken (maat luciferdoosje; we noemden aan boord taxi’s, als je erop ging staan vroegen ze waar je heen wilde). Ik krijg het vermoeden dat ik op het verkeerde adres heb geboekt, dan staan we ineens aan zee. En moeten we weer omhoog, waar het resort ligt zoals ik dat herken van de foto’s op hun site.
Het heeft zo gewaaid de laatste dagen dat de normale aanlooproute, per boot over zee, nu te ruw was. Ik kwam dus via de sluiproute.
Alle twijfels verdwijnen als ik aankomt bij de pool, lang de bar met duikers in gesprek, naar de receptie, waar gevraagd word of ik nog iets wil eten, het is inmiddels bijna negen uur.
Alles wordt snel in orde gemaakt, ik krijg kamer Wonderpus. Die ligt op ongeveer het hoogste niveau tegen de heuvel op, dus na deze weken heb ik waarschijnlijk de conditie van een os.
Terwijl ik dit schrijf wordt de lucht van nachtblauw naar donkerblauw tot grijs met hier en daar wolken, ontwaar ik de contouren van het eiland tegenover ons, en hoor ik hier en daar tekenen van leven.
Ergens wordt al een houtvuurtje gestookt voor het ontbijt, een ficusboom is mijn buurman.
Vandaag eens zien of ik alle nieuwe aangeschafte zaken soepel werkend zal krijgen. Vanavond ook mijn eerste nachtduik
Kom vooral morgen terug om te lezen of dat gelukt is.
Redelijk veel in het nieuws deze week: twee buitenlandministers die een bezoek brengen aan de horrorgevangenis in Damascus, Syrië. Om met eigen ogen de wreedheid van het Asssadregime te aanschouwen. En gelijk te tonen hoezeer ze voor mensenrechten en menselijkheid zijn. Wellicht ook met de bedoeling, het huidige “tijdelijke” regime van HTS c.s. te laten zien dat ze best willen samenwerken, maar dan wel netjes.
Terecht is de afschuw en de verontwaardiging van wat nu aan het daglicht komt, maar waar we al van wisten, groot. Die Syriërs verlieten de afgelopen 13 jaar hun land niet om niets. U weet wel, die Syriërs die faber, milders, yesilgoz en ook omtzigt het liefst zien vertrekken. En die nu weer in limbo zitten, want we kijken de kat maar weer even uit de boom. Dat Assadregime zien we dus als een wrede dictatuur, die mensenrechten op grote schaal schond en oorlogsmisdaden tegen de eigen bevolking pleegde. Met hulp van putin. Schande!
Die putin is bekend met zo’n gevangenisregime. Navalny is slechts één schrijnend voorbeeld van hoe men onder de oligarchen met gevangenen omgaat. Zou er nog een tijd komen dat er buitenlandministers in rusland gaan kijken hoe de gevangenissen er daar van binnen uitzien? Wat vinden ze dan? Schande!
Hamas gaat niet goed om met de op 7 oktober 2023 gegijzelden. Velen zijn al dood, ze zijn in slechte conditie, wie er vrijkwamen hebben horrorverhalen over mishandeling, verkrachting, uithongering. Veel aandacht daarvoor in de media, terecht, hoewel dat wel al wat minder wordt.
Schande!
Waar ik wel iets over las, maar waar de brede verontwaardiging de voorpagina’s nog niet heeft bereikt:
De aanwezigheid in israel van een (tenminste) geheime gevangenis kwam hier en daar voorbij. Men houdt er onder veel meer Palestijnen de arts Hussam Abu Safiya gevangen. U kent hem hopelijk van de foto van enkele weken terug, toen hij over het puin van zijn ziekenhuis naar een israëlische tank toeliep, in de onvervulde hoop hen te kunnen overreden zijn ziekenhuis niet weer te beschieten. Volgens het oorlogsrecht is ziekenhuizen en andere civiele structuren onder vuur nemen een oorlogsmisdaad.
Die gevangenis is een zwart gat, mensen worden er gemarteld als in die van assad en putin. Ze verdwijnen, de familie weet niet altijd of ze er zitten, niemand heeft er toegang.
Al helemaal geen buitenlandministers van bevriende naties.
Maar nergens zie of hoor ik in het Nederlandse nieuws dat er schande wordt gesproken door onze regering van hoe het israëlische regime met mensen, gevangen in zo’n kerker, of gevangenen op een smalle zandstrook aan de kust omgaat.
Petities worden mondjesmaat getekend, want ja, israël. Noem het vooral geen genocide, dat recht is kennelijk een selecte groep toebedeeld.
Onze regering (tja, onze regering, dit bananenkabinet) piekert er niet over hardop en stevig het regime van israël te veroordelen voor hun misdaden, veldkamp wist niet hoe snel hij op reis moest, en die eenmanspartijleider van de pvv ging op bezoek bij de meest rabiate ultrarechtse vertegenwoordigers in die regering.
We blijven gewoon zakendoen, we blijven gewoon verkopen, onderdelen leveren voor de oorlogsindustrie. Met het vloeitjesdunne en al lang achterhaalde excuus dat israël het recht heeft zich te verdedigen.
Schande. Schande. Schande.
Niet alleen schande voor de netanyahukliek, maar ook voor ons, Nederland, omdat we niet alleen wegkijken, maar zelfs accommoderen.
Maar u kunt nog tekenen. Hier twee grotere petitites, maar er zij er meer. En niet alleen tekenen, maar ook lid worden, als u zich dat kunt veroorloven, van organisaties die daadwerkelijk hulp bieden. Amnesty Internationaal , Artsen zonder Grenzen, UNICEF, stichting Vluchteling… keus genoeg.
Dat een mens door zoveel emoties in een dag kan gaan. Alleen daarom al is het goed af en toe op reis te gaan, iets verder dan naar de volgende stad.
Ik wist al dat dit een lange trip zou worden met lange lay-overs en dat dat de nodige ongemakken zou brengen. Maar ook de nodige ontmoetingen. Hier en daar een tegenvaller maar ook meevallers.
Dag 3 heeft het allemaal.
Na een avondje rondhangen voor de gate, nog wat uurtjes bij de gate, die langzaam volloopt. De reizigers worden specifieker, Sorong is geen wereldplaats, maar je kunt er nog wel doorreizen, vliegen of varen naar verdere bestemmingen.
Mijn buurman bijvoorbeeld, op het stoeltje bij de gate, is op weg naar nog een verder eiland, een vliegtuig verderop. Een jonge Fransman die al jarenlang van duiken zijn heeft gemaakt, en zeker de laatste tien jaar in Indonesische wateren.
Het leuke aan duikers is: binnen een minuut hebben ze een gezamenlijk onderwerp waar ze niet over uitgepraat raken. Hij heeft een fraai filmpje op zijn telefoon van een grote groep migrerende hamerhaaien. Dat was vorige maand, daar ben ik te laat voor. Hij kwam dit keer vanuit Bangkok, om daar iets meet visa met regelen, en zal tot juni 2025 aan een stuk door werken. Dan moet het schip in dok.
Als ik dit laatste vliegtuig instap heb ik het gevoel de reis al bijna goed te hebben volbracht, hoewel we nog de hele nacht onderweg zullen zijn en het moeten doen met water en brood. Nu ja, dat was dan wel een crème-broodje. De fransman helpt mijn best zware handbagage de vliegtuigtrap af te dragen en we lopen de hal binnen. Hij slaat linksaf, hij heeft alleen zijn rugzakje. En ik rechtsaf waar ik de bagegeband vindt. Maar niet mijn koffer. MET AL MIJN DUIKSPYLLEN. MET AL MIJN DUIKSPULLEN. En mijn kleding, en mijn logboek en, en, en…. PANIEK! Daar sta je dan met je goeie gedrag zou mijn goede vader zeggen. De jongedames en jongeman in het vrij kleine luchthavengebouw zijn vriendelijk en welwillend, maar ik ben er nog niet van overtuigd dat er gaat gebeuren wat zou moeten gebeuren.
Hoewel de vriendelijk grondstewardess mij in Amsterdam verzekerde dat mijn bagage doorgeboekt was, was dat kennelijk alleen tot Jakarta. Na wat ge-heen-en-weer, waarin ik zo goed mogelijk iedereen ervan te overtuigen dat mijn koffer echt naar Sorong moet met de volgende vlucht de komende nacht ga ik naar de uitgang en vindt de mevrouw met het bordje Linda Smith. Dat ben ik. Er wachten al wat mensen met dezelfde bestemming en we vertrekken met twee auto’s naar de ferry. De mevrouw van het bordje is vol vertrouwen dat mijn koffer de volgende vlucht zal halen en dat er dan voor gezorgd wordt dat diezelfde koffer met de volgende boot mee zal komen. Ik vertrouw er iets minder op. Bellen naar Nederland, heeft geen enkele zin, daar slaapt iedereen. Telefoons hebben de gewoonte op zo’n moment bijna leeg te zijn, ik kan nog net een mailtje sturen naar het boekingskantoor.
Op de ferry hebben we vipplaatsen, met gerieflijke stoelen en airco die altijd te laag staat. De tocht duurt twee uur, je maakt een praatje of als je boft knap je een uiltje. Vandaag is niet mijn bof, geen uil te zien al een hele tijd.
Aan de haven van Weiwo staan drie auto’s, één voor de bagage. Een ritje over de steile heuvels, die het de auto’s duidelijk moeilijk maken. De begroeiing is weelderg. De auto’s en scooters rijden links. Dat was ik vergeten, gek genoeg.
Het resort is klein, aan het strand, tussen de hoge bomen, keurig onderhouden; ik heb het eerste huisje links aan het strand, achter de boten. We worden ontvangen met een drankje en vochtige handdoekjes, krijgen uitleg over de routine. Zien het hele keurig aan geharkte duikcentrumpje. Duikmanager Sonly legt ons uit wat we zelf moeten doen en waar hij met zijn staf voor zorgt. De zaken zijn oneerlijke verdeeld, wij hoeven alleen te zorgen dat we op tijd opdagen en onze camera’s in een mandje deponeren. Later zoek ik in zijn duikcentrum een outfit bij elkaar. Hij vindt het gek dat ik niets in roze hoef.
Gedoken wordt er vandaag door ons niet, iedereen heeft behoefte aan bijkomen. Waarbij de heren onzichtbaar zijn, het gelukkige jonge stel zich ook niet laat zien, en de jonge Italiaanse en ikzelf de ligbedjes en het water inspecteren.
De zon schijnt, de jettie is lang, te lang om met blote voeten over te lopen in middag. En mijn sandaaltje liggen….
Ik heb gelukkig mijn masker in mijn handbagage, een badpak, een schone onderbroek, de benodigde pilletjes, crèmepjes en wat dies meer zij. Maar de snorkel ligt…
Eind van de middag duikt de rest van het gezelschap op. Een tropische bui, die al enige tijd dreigt, maakt zijn dreiging waar. Daarna rukt het heerlijk naar bloesem over het water, gaan we zien of we de huis-doegong, de zeekoe, zien die hier met hoog water graast. Maar niet vandaag.
Met mijn inmiddels geladen telefoon maak ik foto’s. Mijn onderwatercamera zat in de handbagage met zijn lamp. De tray met armen zit…
Mijn nieuwe duiklamp zat in de handbagage, maar bij het inzetten van de batterij besluit die in mijn hand tot kortsluiting over te gaan. Nu heb ik dus wel een blaar van vier centimeter, maar geen duiklamp. Vorig jaar wilde zijn nieuwe voorganger het al helemaal niet doen, en werd alles vervangen bij terugkomst. Twee keer die hele zooi meegesleept, zonder resultaat.
En als u nu denkt: wat erg allemaal, wat een ellende.
Tussen die fantastische buien schijnt de zon, het water is (te) warm. De mensen zijn vriendelijk, het eten is heerlijk. Ik zie de zon fantastisch ondergaan. Er zitten hier allerlei vogels, die zich alleen nog laten horen. Er staan nog steeds drie duiken per dag op het programma.