Ik zit onder een bananenboom en eet een ijsje. Het is volgens mijn laptop bijna tien uur. Volgens mijn telefoon vijf uur en bij u is het een uur of twee in de nacht. Er zingt een vogel, er klinkt het geruis van een waterval. Overal liggen op en achter bankjes, op het groene gras en in houten tentjes mensen te slapen. Dan klinkt daar plotseling het ochtendgebed, terwijl de grote bronzen jungledieren, de oryx naast het nijlpaard, de gorilla met de neushoorn, met een hop op zijn hoorn, onverstoorbaar doorgaan met hun feestmaaltijd van bordjes en uit kopjes.
De Orchard in Doha, de nacht loopt ten einde, over een paar uur weer een vliegtuig. Drie films later sta ik dan weer op Schiphol. Mijn donzen jakje is hier niet gevonden, het slapen in de quiet room lukte maar matig, maar na een kleine opfrisbeurt kan ik er wel even tegen.
Met een koffer vol halfnatte spullen, met blauwe plekken van de bootladder, met verse muggenbulten en rauwe vingers van vier keer per dag pak en booties aan en uit; maar vooral met een hoofd vol beelden en herinneringen, sluit ik dit duikblog af. Het zit er weer op voor dit jaar.
Ik zal u niet vervelen met dat laatste lastige stukje, dat kennen we allemaal wel. Tot een volgend onderwateravontuur, oplettend lezertje. Of commentaar op de toestand in de wereld, die deze weken gewoon doorging met alle ellende en narigheid.
Maar niet alleen de narigheid, ook de schoonheid en de vriendelijkheid gaat door, overal ter wereld.
Half een hield de oorverdovende herrie eindelijk op. Maar toen had ik alle poging tot slaap al opgegeven en stond ik spullen te sorteren. Als compensatie begon de fanfare om zeven uur de dag met een vrolijke deun. Ik was toen al een uurtje wakker. Even goed nadenken wat ik aan ga trekken en wat ik eerst ga doen zo.
Beneden zijn mijn bootbuddies bezig hun spullen aan te trekken. We nemen afscheid met een hug of een gedag, afhankelijk van de tijd die we samen doorbrachten. Mijn gidsen zijn er niet, die maken zich na drukke weken op voor meer drukke weken, er komt een grote groep Australiërs.
De 12 Taiwanezen die hier kerstdagen vierden vertrekken weer. Inclusief hun indrukwekkende droogpakken in fraaie kleuren, de caps met kattenoortjes en de hertengeweitjes en kerstmutsen voor het broodnodige fotogeweld onderwater. Of zoals een gids het samenvatte: under water Mickey Mouse.
Dan de rekening. Altijd spannend. In Amsterdam kon ik even helemaal niet bedenken wat de pin van mijn creditcard was. Gelukt!
Ik sjouw met een deel van de redelijk droge uitrusting al die trappen weer op. Ik aanschouw de chaos rondom en besluit dat thee dan altijd een goede tussenstap is. Uiteindelijk staan de koffers keurig gepakt op de stoep, ik vertrek voor het laatste half uur naar een paar niveaus lager, nog een thee en wat koekjes.
Dan hoor ik fanfaregeschal, erg dichtbij. En verdomd, de hele band (een andere dan gisteren) staat tussen de wasbekkens en de compressorruimte een speelt een deuntje. Als ik aankom, wordt er door vrolijke medewerkers een stoel voor me buiten gezet. Twee nummers spelen de mannen dat het een aard heeft, echte fanfare, koper en drum. Daarvoor een majorettekorps, met een kleintje van een jaar of zeven als middelpunt. Strakke rood-zwart-zilveren pakjes, met grote glimmende knopen, bijpassende oorbellen. De bandleider zweet peentjes in zijn uniform.
Zo heb ik nog nooit een vakantie afgesloten. Na twee nummers gaan ze weer, en is inmiddels mijn boot ook klaar voor vrertrek. Een kort tochtje, dan overstappen naar een SUV met een praatgrage chauffeur, die twee banen heeft om het allemaal te kunnen betalen. We bespreken de toestand in de wereld en die in de Filippijnen in het bijzonder. Halverwege de rit gaan we over op muziek van een lokaal radiostation. Hij moet nog twee uur rijden om weer thuis te zijn, daar ligt een pakje op hem te wachten. Hij verwacht dat zijn vrouw wel weer boos zal zijn omdat hij weer wat voor de auto bestelde.
Ik vrees chaos en drukte bij inchecken, maar alles loopt op rolletjes. Dat het in het vliegtuig op mijn plek bij het raam zo koud is door de luchtstroom dat ik aan de rechterkant zeker vijf graden kouder ben dan links, zodat ik dus behoorlijk wrak en onvrolijk in Doha aankom, het hoort er allemaal bij.
Dat naar Betlehem reizen nog niet zo eenvoudig is tegenwoordig, beschrijft vandaag een stuk in Trouw. Ook wij vertrokken vandaag naar die bestemming.
Na een zeer succesvolle Black Water Dive gisteravond was ik zo moe dat ik moeite had niet boven mijn avondmaaltijd in slaap te vallen. Toen dat gelukt was, en het bordje leeg, werd me verteld dat er om middernacht een kerstbuffet geserveerd zou worden. Ik heb bedankt. ’s Morgens lagen er nog druiven en mandarijntjes bij het ontbijt, ook erg lekker, mee voor de hele boot.
Naar Betlehem dus. Daar aangekomen bleek de stroom te sterk, dus een andere duik. Ook prima, al waren we er al wel een paar keer geweest. De tweede poging was beter, de mannen wensten ons veel plezier bij onze Christmas dive, er was over nagedacht. Al boven water werd er gezongen in het nabijgelegen dorpje dat de duikstek zijn naam geeft. Karaoke is hier onverminderd populair en de hele bemanning zong mee, een mij totaal onbekend Engelstalig nummer.
Onder water was ook om te zingen. Goed zicht, veel kleur, wolken balestoides, wat bijzondere vondsten, en lekker lang in het zonnetje op vijf meter. Een heerlijke rit terug, ook in de zon.
Dan denk je na 42 duiken: heerlijk, ik ben helemaal in balans. Maar dan komt er nog een duik, en nog een duik.
De eerste deze kerstmiddag lag ik over stuurboord vanaf het begin. Sjorren aan mijn riem wellicht zijn de gewichten verschoven? Maar het kwam niet goed, ik snapte er niks van. Romnick zag mij scheef hangen, ze hebben gauw door hoe mensen in het water liggen, na 20 minuten kwam hij eens kijken wat er aan mankeerde. Hij vond de oorzaak, weight pocket kwijt. Die was waarschijnlijk al bij het van boord gaan naar de diepte verdwenen, vermoedden we allebei. Geen nood, Romnick zou hem wel gaan zoeken zo dadelijk. Ondertussen mis je dan vier kilo (ik ben net een badeend) en wordt de tweede helft lastig beneden blijven. Alle lucht uit het vest, maar beneden blijven bleef moeilijk. Thomas leende mij 2 kilo, ik raapte nog ergens een steen, en gelijk lag ik weer recht in het water. Heerlijk. Er meldde zich een slang, een schildpad, ribbon eels, fraaie nudies. Kortom: de moeite waard. Maar die weight pocket, van mijn nieuwe vest. Romnick ging even zoeken, hij wist precies waar we te water gingen, en jawel, daar kwam hij terug, met de pocket. Ding weer in het vest, 2 kilo lood terug aan Thomas, die daarna zijn eigen pocket weer liet laden door Franky, die niet had gezien wat er gebeurd was en niet begreep waarom die pocket niet zat waar hij hoorde.
Duikers helpen elkaar, met en zonder kerstgedachte. Je licht elkaar bij, je wijst elkaar aan wat je ziet, dat soort dingen.
Na een korte pauze de laatste duik van de dag, huisrif, mijn laatste nachtduik dit jaar. Lekker duiken, af en toe iets leuks, wel wat diep dus goed de non-deco-minuten in de gaten houden, die na een diepe start van deze vierde duik vandaag, snel wegtikken.
Als we er bijna zijn op behoorlijk ondiep water ineens heel veel stroom tegen, en ik zit al onder de 50 bar, dit ga ik zo niet volhouden, ik kom geen meter vooruit. Druk zwaaien met al mijn licht, onderwijl trekt alles mij omhoog, vest weer leeg, Romnick duidelijk gemaakt dat ik dit zo niet ga halen. Hij komt terug en samen landen we met veel lawaai aan mijn linker oor een stukje verder op het strand dan waar de mannen aanlanden. Geheel buiten adem en met nog 20 bar op de meter. Ik speek geen Tagalog, maar kon het commentaar wel raden.
Interessante ervaringen allemaal, het zal en mag nooit routine worden.
Ondertussen alweer lekker gegeten, spullen hangen te drogen voor morgen, ik heb mijn boarding pass online. Of ik hem maar geprint mee wil nemen naar het vliegveld. Een onbegrijpelijk verzoek, zo langzamerhand. Alles digitaal en online kunnen regelen, maar de gestuurde download is weer niet genoeg.
Morgen nog tijd voor drie duiken, dan kunnen de spullen nog een beetje droog de koffer in. Anders zit je gauw over je maximum van 25 kg.
Verveelt het u al, oplettend lezertje? Mij nog helemaal niet, terwijl het aftellen is begonnen. Na vandaag nog maar vier duikdagen. Lukt het nog een keer een Black Water Dive te maken? De boot is inmiddels gewisseld, er worden nieuwe combi’s gemaakt, gebaseerd op Air of Nitrox, wel of geen groooote camera, etc. De Canadezen vertrokken vanmorgen. Er zitten nu twee Zwitsers, een Singaporese, een Texaan en die enkele Hollander bij elkaar.
Vanmorgen was het krioelen bij Dair Laut, met vier volle boten. Maar daar trok de rode frogfish zich niets van aan en de grote platworm liet het ook koud.
De nachtduik was wellicht de beste tot nu toe. De oscilated poisonous octopus had een bijzonder optreden. Er bleef een heremiet stilzitten, hij droeg dan ook wel een zeer ruim bemeten schelp mee. Er zaten wat mooie garnalen hier en daar. We kwamen een flinke witte paling tegen. Wat ik echter nog steeds miste, was een flink grote rondrennende krab, en qua wandelende schelpen was het ook nog niet veel. Ik had het nog niet gedacht of er schoof een boxkrab in beeld. Een glad effen exemplaar, hij lijkt nog niet erg op de soorten in het boek, meer op Darth Vader. maar blij waren we wel met hem, zo aan het eind van de duik.
Inmiddels begin ik door de bladzijden van mijn logboek te raken, en ik kocht al batterijtjes om vandaag mijn behuizing aan de gang te houden. De 50 uur zijn allang voorbij. En je wil niet midden in een duik geen foto’s meer kunnen maken. Al lastig genoeg dat mijn fotolamp het net geen twee duiken volhoudt. De laatste tien minuten houdt hij het voor gezien, ’s ochtends. Tussenoor laden kan niet op de boot, een reserv batterij heb ik nog niet.
Een lijstje voor de volgende keer.
Er is recent een gezin met twee tienerdochters aangekomen, ze duiken en fotograferen allemaal. Benieuwd hoe veel ruimte de duikspullen daar in huis innemen.
De Singaporese Susi was dan weer benieuwd hoe oud ik was. Ik heb het haar op de dag af gemeld. Wow, so fit, you must have been diving a long time! Maar nee, ik ben een late beginner. En die 150 duiken per jaar van Gianni haal ik ook niet.
Er komen hier nogal wat mensen voorbij die het niet bij één duikvakantie houden per jaar. Die zie je hier vaker dan in de hotels aan de Rode Zee, want dat zijn ze inmiddels ontgroeid. Dit soort plekken biedt meer rust, kleinere groepjes duikers, betere vondsten of bijzondere zaken. Alhoewel het bargibandi zeepaardje zich ook hier nu al maanden niet meer heeft vertoond. En Thomas kwam voor de mimic octopus, die ik inmiddels al twee maal kon vastleggen. Maar Thomas is nog mimicloos.
Zo hebben we gelukkig allemaal nog steeds iets om naar op jacht te gaan. Adem in, adem uit.
Vandaag de grote oversteek, naar de kust van een ander eiland. Helaas was de stroom te sterk voor de geplande wall dive, wat jammer zou hebben moeten zijn. Sand and rubble dus weer. We duiken van deze boot met twee groepjes. De Canadezen met een jonge dive master, ikzelf met de groep verenigde Nederlanden, samen met de twee Belgen. Als we dan na soms meer dan een uur, ze zijn hier genereus, bovenkomen, hebben we vaak weer heel andere beesten gezien. Andere slakken, ander pijpvissen, wel of niet een schildpad Bij elkaar is de oogst weer geweldig. Wel trekt de wind aan tijdens de duiken, er staat schat ik een forse drie tot vier, met witte kopjes op de golven. De terugvaart is iets ruiger en door de wind koelen we behoorlijk af. Ook de vrolijk gestreepte handdoek kan ons niet beschermen. Als we na die ochtend weer op het strand landen, is het aan de wal warm en zonnig en komen we weer bij.
Hoeveel van die handdoeken er per dag door gaan: ik schat per gast zo’n twee soms drie per duik, drie duiken per dag. Het is nu rustig, de helft van het totaal aantal mogelijke gasten. Dat zijn ruim honderd handdoeken per dag, en bij volle bak het dubbel. Ze worden constant ingezameld, gewassen en keurig opgevouwen voor gebruik. Ze liggen vers op onze duikboten, samen met water en heet water voor thee of oploskoffie, en een verse doos oreokoekjes. Dat naast alle sets voor de duikers en twee flessen per duiker, het wordt allemaal op de schouders over het keienstrand aan boord gesjouwd, oer de smalle looplanken. Dus echt een plank breed. We duiken in traditionele prauwen met dubbele riggers. Wel gelukkig voorzien van een dieselmotor onder het dek. Je ziet ook overal eenpersoons versies liggen en varen, vaak in vrolijke kleuren. Daaruit wordt gevist met een lijntje.
Het leven voor de gasten mag een feest zijn, en alle personeel is altijd vrolijk en behulpzaam, het moet hard werken zijn, met lange dagen. Een dive master heeft wellicht de best betaalde baan, maar je zult maar drie, vier keer per dag te water moeten met die gekken. Ze liggen minuten lang te urmen voor het beste shot soms, en jij hangt dan op te letten of ondertussen naar nieuwe vondsten te zoeken, je moet alles in de gaten houden en je hebt het ook allemaal al tig keer gezien. Wij merken daar niets van. Als een bepaalde groep gasten vertrekt, hebben de dive masters kans op wat vrije dagen om hun stikstofniveau weer omlaag te krijgen en de vermoeidheid te bestrijden.
Na de lunch een kort ritje naar een volgende duik, met voornamelijk zand. ‘Less nudi’, waarschuwde Joemar, de jongse van de twee DM’s. Het was weer een wereldduik. Op het witte zand hier en daar een blokje, een solitaire zacht koraal, veel zeepennen en veel blauw water, wat mistig vanwege de wind van die ochtend, dat het zand opwarrelt.
Maar ze waren toch overal, die slakken, samen met die verschillende garnalen en krabbetjes, de geweldige mimic octopus, de sneaky schildpad die ik toevallig achter ons voorbij zag gaan en achtervolgde voor een filmpje. Er was een prachtig stel ornate ghost pipefishes, verwant aan het zeepaardje. Ze zien er zo waanzinnig uit dat ze op de voorkant van mijn vissengids staan. Ik zag een soort, de Canadezen van de andere groep vonden een andere, gladdere soort.
De winnaar deze middag? Lastig kiezen, maar waarschijnlijk het zeepaardje. Niet de ieniemini’s die we zo graag vinden, gewoon een fors exemplaar dat zich met zijn paarsrode staart aan een zacht koraal had vastgehaakt, Op het zachte koraal er direct naast huisden weer twee bijzondere garnalen. Dat was nog druk fotograferen dus.
En terug op vijf meter een groot blok vol veersterren, zachte en andere koralen, diverse soorten clownvissen op hun bubbel anemonen (ook verschillende soorten), veel andere visjes en vissen. Je kijkt je ogen uit, als je het hele blok rond gaat om te zien of er ergens nog een garnaal of nudi zich verschuilt. Dat alles onder het zonlicht dat op zulk ondiep water sterk is, en een prachtige lichtblauwe achtergrond geeft voor de foto. De duik van 60 minuten was na 75 minuten echt afgelopen.
Het was een mooie duikdag, en ik besloot de nachtduik,hoe mooi ook, over te slaan. Om de administratie op orde te krijgen, een begin te maken met het schiften van de foto’s. Even bijkomen. Maar ondanks die voorzorg, was het om acht uur toch weer licht uit hier, en tien voor een dus weer licht aan. Om u dit blogje te schrijven. Met als foto dat zeepaardje. Geniet!
Twee heit de klok, de klok heit twee. Dat wil zeggen dat ik klaarwakker ben, na om half acht zo moe te zijn dat ik vreesde aan tafel in slaap te vallen. Kon nog net wat nodige handelingen verrichten om morgen een droog badpak te hebben. Al elf duiken gemaakt, terwijl er pas drie duikdagen achter de rug zijn. Ik ga dat tempo vermoedelijk niet vol houden de tweede week, maar dan heb ik ook al heel wat sites gezien.
De ochtendduik was prachtig, rond een stalen constructie met helder licht, veel witte vis en rare paddenstoelachtige koralen tussen de prachtige begroeiing op die rechte stalen balken. Een nog nooit gezien soort en in mijn boek staan ze niet. Men roept Lollipop coral, ik vind ze meer magic mushrooms. Wel wat lang op 25 meter blijven hangen, als enige ook nog op lucht, dus ik zat al aan de thee toen de rest nog boven moest komen. Dan denk je: prachtig, kan niet beter. Maar dat doen ze dan toch op de tweede duik.
Ik zie nieuwe soorten, van flink zichtbaar tot minder dan een halve centimeter, het beweegt, het heeft soms pootjes, maar dat krijg ik met deze cameraset nooit scherp in beeld.
De twee Argentijnen vieren hun laatste dag met niksen, onze Romnick is vervangen door Erwin.
ik zit nu met twee Canadezen, die net een paar jaar jonger zijn dan ik. Tel daar de Belgen bij die ik schat op rond de zestig, en we zijn hier de bejaardenboot. Maar de drie oudjes gingen wel als bijna de enigen er vanavond nog uit, een uur na terugkomst. Een vriendelijke Duitse jongeman vroeg na de derde duik: kom je net terug of ga je? Het antwoord was: allebei. Grootste zorg is dan de batterijen vollig te houden, wat lukte.
Het weer wordt zonniger, maar de wolkbreuk vanmiddag, toen we net weer aan land waren, was zelfs voor de lokalo’s fors. De trappetjes werden watervallen, de atapdaken gaven beschutting (maar dropen nog lang na), de staf begon paraplus uit de delen, zodat we nog van plek konden veranderen zonder te verdrinken. Gisteren zat ik rond dezelfde tijd even bij de pool, visboeken en logboek er bij, toen ik ook werd overvallen door een wolkbreuk. Zit je dan, met je handdoekje. De parasol verderop nog net bereikt, maar door de wind gaf dat maar half soelaas. De wolken komen van achter de steile heuvel vandaan, je ziet ze pas aankomen als het te laat is om te vluchten.
Hoort er allemaal bij.
De nachtduik bracht weer ongekende dingen, de dagduiken waren ook prachtig, het endorfine-gehalte moet inmiddels extreem hoge waardes hebben, na de duik zit ik bijna te dansen in de boot, de bemanning vindt me waarschijnlijk geschift. Maar ze zijn heel aardig, dus dat laten ze niet merken.
Alle apparatuur deed het zelfs vandaag, dus als dit blogje klaar is ga ik de beelden overzetten, zodat ik eventueel foto’s kan verwijderen als mijn telefoon vol raakt.
Dat zou zo maar kunnen gebeuren. Ik zoek een mooie voor jullie uit!
‘People are strange’, zingen The Doors, als ik dit stukje voor de afgelopen (voor mij dan) dag begin. En duikers zijn dat zeker.
Ga maar na: stoere kerels en minstens zo stoere vouwen pakken hun koffer vol met zware, dure spullen, vaak omvangrijke camera-apparatuur, met waterdicht huis, lampen, pak, trimvest, vinnen, en alle andere eeltjes die er bij horen. Dan ben je al veel geld kwijt.
Dan boeken ze een reis naar de andere kant van de wereld, me alle ongemakken en vertragingen en wachttijden van dien, inclusief de maaltijden, die soms prima en een enkele keer niet te eten zijn. Dan per auto door onbekende oorden ergens uitstappen waar je vaak ook niet precies weet wat je kunt verwachten.
En dat alles om op zoek te gaan naar soms die heel grote haaien en manta’s, walvissen, schildpadden. Dat snappen niet-duikers ook nog wel , daar kun je in de kroeg nog mee aankomen. Maar leg als stoere Argentijn maar eens uit dt je al die moeite doen om ergens tussen de rommel een slakje of garnaaltje van een halve centimeter te zoeken, en te vinden.
En allemaal blij als we boven komen naar ene uur duiken, om een anderhalf uur daarna weer al je vaak nog natte spullen weer aan te trekken, de boot weer op te zoeken, dat heel circus een paar keer per dag te herhalen met ondertussen de eerste dagen een gigantisch slaapgebrek door het tijdverschiul.
Na de twee dagen reizen, de drie duiken, was ik zeer van plan nog mijn dagelijkse blogje te schrijven. Maar na het eten kon ik nauwelijks mijn ogen open houden en er moest nog iets gedaan worden om foto’s te kunnen blijven maken de volgende dag. Om tien uur ’s avonds was ik knock-out. Om een uur of drie klaar wakker en het lukt mijn nog tot een uur of half vijf te blijven liggen, daarna er uit om een beker thee te zetten en alles klaar te leggen voor de komende dag, geheel verkwikt. Laat de dag maar komen. En zo denkt iedereen er hier over, ruim voor zeven uur ben ik lang niet die eerste die zich aan het ontbijt waagt. Deze tweede ochtend kom ik er achter dat er ook yoghurt is, en om dat te vieren neem ik ook een kaasomelet van twee eieren, een glas mandarijnensap en een banaantje mee voor onderweg. Zo haal ik de lunch wel.
Dit wordt een vier duiken dag. Ik waag me er aan, want de nachtduik lonkt en daar ben ik dol op.
Gewoon onder water om je heen kijken, met je lamp in hoeken en gaten schijnen. Je verkneukelen over die balestoides die liggen te slapen tussen de rotsen, in groepen, met de staartjes zichtbaar vanuit de spleten en gaten. Plezier om de flink grote en voor jou nieuwe slakkensoort Blij met de uitstekende en behulpzame divemaster die er op uit is het zijn gasten naar het zin te maken, wat hem prima lukt.
Inderdaad: people are strange. Maar wat we onderwater zien is vaak nog veel stranger.