Lang weekend, 27 december 2025

Half een hield de oorverdovende herrie eindelijk op. Maar toen had ik alle poging tot slaap al opgegeven en stond ik spullen te sorteren. Als compensatie begon de fanfare om zeven uur de dag met een vrolijke deun. Ik was toen al een uurtje wakker. Even goed nadenken wat ik aan ga trekken en wat ik eerst ga doen zo. 

Beneden zijn mijn bootbuddies bezig hun spullen aan te trekken. We nemen afscheid met een hug of een gedag, afhankelijk van de tijd die we samen doorbrachten. Mijn gidsen zijn er niet, die maken zich na drukke weken op voor meer drukke weken, er komt een grote groep Australiërs.

De 12 Taiwanezen die hier kerstdagen vierden vertrekken weer. Inclusief hun indrukwekkende droogpakken in fraaie kleuren, de caps met kattenoortjes en de hertengeweitjes en kerstmutsen voor het broodnodige fotogeweld onderwater. Of zoals een gids het samenvatte: under water Mickey Mouse.

Dan de rekening. Altijd spannend. In Amsterdam kon ik even helemaal niet bedenken wat de pin van mijn creditcard was. Gelukt!

Ik sjouw met een deel van de redelijk droge uitrusting al die trappen weer op. Ik aanschouw de chaos rondom en besluit dat thee dan altijd een goede tussenstap is. Uiteindelijk staan de koffers keurig gepakt op de stoep, ik vertrek voor het laatste half uur naar een paar niveaus lager, nog een thee en wat koekjes.

Dan hoor ik fanfaregeschal, erg dichtbij. En verdomd, de hele band (een andere dan gisteren) staat tussen de wasbekkens en de compressorruimte een speelt een deuntje. Als ik aankom, wordt er door vrolijke medewerkers een stoel voor me buiten gezet. Twee nummers spelen de mannen dat het een aard heeft, echte fanfare, koper en drum. Daarvoor een majorettekorps, met een kleintje van een jaar of zeven als middelpunt. Strakke rood-zwart-zilveren pakjes, met grote glimmende knopen, bijpassende oorbellen. De bandleider zweet peentjes in zijn uniform.

Zo heb ik nog nooit een vakantie afgesloten. Na twee nummers gaan ze weer, en is inmiddels mijn boot ook klaar voor vrertrek. Een kort tochtje, dan overstappen naar een SUV met een praatgrage chauffeur, die twee banen heeft om het allemaal te kunnen betalen. We bespreken de toestand in de wereld en die in de Filippijnen in het bijzonder. Halverwege de rit gaan we over op muziek van een lokaal radiostation. Hij moet nog twee uur rijden om weer thuis te zijn, daar ligt een pakje op hem te wachten. Hij verwacht dat zijn vrouw wel weer boos zal zijn omdat hij weer wat voor de auto bestelde.

Ik vrees chaos en drukte bij inchecken, maar alles loopt op rolletjes. Dat het in het vliegtuig op mijn plek bij het raam zo koud is door de luchtstroom dat ik aan de rechterkant zeker vijf graden kouder ben dan links, zodat ik dus behoorlijk wrak en onvrolijk in Doha aankom, het hoort er allemaal bij.

Naar Betlehem, 25 december 2025

Dat naar Betlehem reizen nog niet zo eenvoudig is tegenwoordig, beschrijft vandaag een stuk in Trouw. Ook wij vertrokken vandaag naar die bestemming.

Na een zeer succesvolle Black Water Dive gisteravond was ik zo moe dat ik moeite had niet boven mijn avondmaaltijd in slaap te vallen. Toen dat gelukt was, en het bordje leeg, werd me verteld dat er om middernacht een kerstbuffet geserveerd zou worden. Ik heb bedankt. ’s Morgens lagen er nog druiven en mandarijntjes bij het ontbijt, ook erg lekker, mee voor de hele boot. 

Naar Betlehem dus. Daar aangekomen bleek de stroom te sterk, dus een andere duik. Ook prima, al waren we er al wel een paar keer geweest. De tweede poging was beter, de mannen wensten ons veel plezier bij onze Christmas dive, er was over nagedacht. Al boven water werd er gezongen in het nabijgelegen dorpje dat de duikstek zijn naam geeft. Karaoke is hier onverminderd populair en de hele bemanning zong mee, een mij totaal onbekend Engelstalig nummer.

Onder water was ook om te zingen. Goed zicht, veel kleur, wolken balestoides, wat bijzondere vondsten, en lekker lang in het zonnetje op vijf meter. Een heerlijke rit terug, ook in de zon.

Dan denk je na 42 duiken: heerlijk, ik ben helemaal in balans. Maar dan komt er nog een duik, en nog een duik.

De eerste deze kerstmiddag lag ik over stuurboord vanaf het begin. Sjorren aan mijn riem wellicht zijn de gewichten verschoven? Maar het kwam niet goed, ik snapte er niks van. Romnick zag mij scheef hangen, ze hebben gauw door hoe mensen in het water liggen, na 20 minuten kwam hij eens kijken wat er aan mankeerde. Hij vond de oorzaak, weight pocket kwijt. Die was waarschijnlijk al bij het van boord gaan naar de diepte verdwenen, vermoedden we allebei. Geen nood, Romnick zou hem wel gaan zoeken zo dadelijk. Ondertussen mis je dan vier kilo (ik ben net een badeend) en wordt de tweede helft lastig beneden blijven. Alle lucht uit het vest, maar beneden blijven bleef moeilijk. Thomas leende mij 2 kilo, ik raapte nog ergens een steen, en gelijk lag ik weer recht in het water. Heerlijk. Er meldde zich een slang, een schildpad, ribbon eels, fraaie nudies. Kortom: de moeite waard. Maar die weight pocket, van mijn nieuwe vest. Romnick ging even zoeken, hij wist precies waar we te water gingen, en jawel, daar kwam hij terug, met de pocket. Ding weer in het vest, 2 kilo lood terug aan Thomas, die daarna zijn eigen pocket weer liet laden door Franky, die niet had gezien wat er gebeurd was en niet begreep waarom die pocket niet zat waar hij hoorde.

Duikers helpen elkaar, met en zonder kerstgedachte. Je licht elkaar bij, je wijst elkaar aan wat je ziet, dat soort dingen.

Na een korte pauze de laatste duik van de dag, huisrif, mijn laatste nachtduik dit jaar. Lekker duiken, af en toe iets leuks, wel wat diep dus goed de non-deco-minuten in de gaten houden, die na een diepe start van deze vierde duik vandaag, snel wegtikken.

Als we er bijna zijn op behoorlijk ondiep water ineens heel veel stroom tegen, en ik zit al onder de 50 bar, dit ga ik zo niet volhouden, ik kom geen meter vooruit. Druk zwaaien met al mijn licht, onderwijl trekt alles mij omhoog, vest weer leeg, Romnick duidelijk gemaakt dat ik dit zo niet ga halen. Hij komt terug en samen landen we met veel lawaai aan mijn linker oor een stukje verder op het strand dan waar de mannen aanlanden. Geheel buiten adem en met nog 20 bar op de meter. Ik speek geen Tagalog, maar kon het commentaar wel raden.

Interessante ervaringen allemaal, het zal en mag nooit routine worden. 

Ondertussen alweer lekker gegeten, spullen hangen te drogen voor morgen, ik heb mijn boarding pass online. Of ik hem maar geprint mee wil nemen naar het vliegveld. Een onbegrijpelijk verzoek, zo langzamerhand. Alles digitaal en online kunnen regelen, maar de gestuurde download is weer niet genoeg.

Morgen nog tijd voor drie duiken, dan kunnen de spullen nog een beetje droog de koffer in. Anders zit je gauw over je maximum van 25 kg.

En hoe was jullie Eerste Kerstdag?

Vreemd volk, 16 december 2025

‘People are strange’, zingen The Doors, als ik dit stukje voor de afgelopen (voor mij dan) dag begin. En duikers zijn dat zeker.

Ga maar na: stoere kerels en minstens zo stoere vouwen pakken hun koffer vol met zware, dure spullen, vaak omvangrijke camera-apparatuur, met waterdicht huis, lampen, pak, trimvest, vinnen, en alle andere eeltjes die er bij horen. Dan ben je al veel geld kwijt. 

Dan boeken ze een reis naar de andere kant van de wereld, me alle ongemakken en vertragingen en wachttijden van dien, inclusief de maaltijden, die soms prima en een enkele keer niet te eten zijn. Dan per auto door onbekende oorden ergens uitstappen waar je vaak ook niet precies weet wat je kunt verwachten.

En dat alles om op zoek te gaan naar soms die heel grote haaien en manta’s, walvissen, schildpadden. Dat snappen niet-duikers ook nog wel , daar kun je in de kroeg nog mee aankomen. Maar leg als stoere Argentijn maar eens uit dt je al die moeite doen om ergens tussen de rommel een slakje of garnaaltje van een halve centimeter te zoeken, en te vinden.

En allemaal blij als we boven komen naar ene uur duiken, om een anderhalf uur daarna weer al je vaak nog natte spullen weer aan te trekken, de boot weer op te zoeken, dat heel circus een paar keer per dag te herhalen met ondertussen de eerste dagen een gigantisch slaapgebrek door het tijdverschiul.

Na de twee dagen reizen, de drie duiken, was ik zeer van plan nog mijn dagelijkse blogje te schrijven. Maar na het eten kon ik nauwelijks mijn ogen open houden en er moest nog iets gedaan worden om foto’s te kunnen blijven maken de volgende dag. Om tien uur ’s avonds was ik knock-out. Om een uur of drie klaar wakker en het lukt mijn nog tot een uur of half vijf te blijven liggen, daarna er uit om een beker thee te zetten en alles klaar te leggen voor de komende dag, geheel verkwikt. Laat de dag maar komen. En zo denkt iedereen er hier over, ruim voor zeven uur ben ik lang niet die eerste die zich aan het ontbijt waagt. Deze tweede ochtend kom ik er achter dat er ook yoghurt is, en om dat te vieren neem ik ook een kaasomelet van twee eieren, een glas mandarijnensap en een banaantje mee voor onderweg. Zo haal ik de lunch wel.

Dit wordt een vier duiken dag. Ik waag me er aan, want de nachtduik lonkt en daar ben ik dol op. 

Gewoon onder water om je heen kijken, met je lamp in hoeken en gaten schijnen. Je verkneukelen over die balestoides die liggen te slapen tussen de rotsen, in groepen, met de staartjes zichtbaar vanuit de spleten en gaten. Plezier om de flink grote en voor jou nieuwe slakkensoort Blij met de uitstekende en behulpzame divemaster die er op uit is het zijn gasten naar het zin te maken, wat hem prima lukt.

Inderdaad: people are strange. Maar wat we onderwater zien is vaak nog veel stranger.

Ik hou er van.

Op slakkenjacht in Anilao, 14 december 2025

Ooit ontmoette ik een ervaren duiker tijdens een zeer geslaagde duikreis en vroeg hem waar mijn volgende bestemming zou kunnen zijn. Zijn antwoord: Anilao, slakkenparadijs.

Dus daar zit ik nu, iets over vijf uur op een zondagmorgen in december, op een balkonnetje dat zeezicht belooft. De hanen kraaien elkaar toe dat de dag er aan komt, de gekko laat zich horen, overal krekels. De lucht is zo helder dat een planeet hoog in het westen er een gat in brandt.

Naast mij een kop thee, voetjes op de railing, en benieuwd wat de dag gaat brengen.

Maar je moet er wel wat voor doen.

Vrijdag op tijd je bed uit, koffers definitief dicht, verwarming laag, quooker uit, niets vergeten? Mijn bovenste beste buurman bood aan mij naar de trein te brengen, en we zijn van de weeromstuit zo op tijd vertrokken dat we de eerdere trein de overgang zien passeren. Geeft ons tijd nog even het leven en de wereld door te nemen.

Al op het station een eerste ontmoeting, met iemand die ik ervan verdenk duiker te zijn, maar hij zit in de luchtvaart, en gaat naar huis in het VK.

Alle treinen zijn braaf, probleemloos glijd ik Schiphol binnen. Er staan nog geen lange rijen. 

Ik ga even langs bij een electro-jongen, na alle hindernissen te zijn gepasseerd. Een powerbank voor mijn nieuwe foto-outfit. Bankbiljetten in twee verschillende soorten. Eerste hik-up: wat was ook al weer de pin van mijn creditcard? Al had ik mijn reis er mee terug kunnen verdienen: geen idee. Dat krijg je met die vingerafdrukgeintjes, je gebruikt haast nooit meer je pin. Ik neem geen risico en besluit een nieuwe aan te vragen, die ligt binnen enkele dagen thuis in de bus. 

Ik koop toch nog even dat boek wat ik wilde laten liggen, omdat het uitstekende boek dat ik mee nam voor onderweg, dreigt uitgelezen te raken.

Ik eet wat, ik bekijk het theater dat een internationaal vliegveld altijd is, werk aan mijn conditie door naar de verkeerde gate te lopen, 180 graden de verkeerde kant op, en kom keurig op schema aan bij de goede.

Wat niet gezegd kan worden van mijn vliegtuig, dat een half uurtje te laat met boarden begint. Niets aan de hand, wind mee, we komen toch voor schema aan op Doha.

Mij was beloofd dat Doha een fantastisch vliegveld is, met zelfs een tropische tuin. En die is er, inclusief flinke bomen. Mooie architectuur, alle dure merken winkels, glitter en glas, met zelfs burgers van Gordon Ramsey, als je er trek in mocht hebben. Toiletten schoon, een gelegenheid om te douchen, een Mercure om te overnachten. Echt, je gaat haast denken: waarom is het op Schiphol niet zo.

Tot je afdaalt naar de gates, waar totale chaos heerst.

Er zijn zitplaatsen, maar die bieden geen zicht op de informatie, dus gaat iedereen rond de gates hangen tegen de tijd dat boarden werd beloofd, die ook hier ruim een half uur na planning wordt begonnen en dan bussen, en een trap op om je vliegtuig in te komen.

Van carrier gewisseld inmiddels, dus het comfortabele vliegtuig met het uitstekende eten is nu een oude airbus, zonder schermen, met een maaltijd die zonder competitie de slechtste is die ik ooit tegenkwam in een vliegtuig, met aardige mensen maar zeer rottige stoelen. En dan is acht uur lang. Het online entertainmentprogramma doet het uitstekend op de telefoon van de buurman, bij mij weigert het na een aantal minuten steevast dienst. Ik wend mij tot dat boek, maar iedereen wil slapen en dan is zo’n leeslamp hinderlijk. Uiteindelijk komt er een eind aan zo’n tocht en sta je op Manilla Airport. Waar dit keer mijn koffer ook aankomt, na de spanning te hebben opgebouwd en als een van de laatste over de streep te komen.

We er niet mee kwam: mijn zeer handige opvouwbare donsjackje. Nu niet nodig, maar die ga ik bij terugkomst zeker missen als ik sta te vernikkelen in mijn zomerse truitje en hoodie op Sloterdijk.

De chauffeur komt op de afgesproken tijd op de afgesproken plek, ik denk veel vroeger dan verwacht op de bestemming te zijn, maar die ligt dan toch nog bijna vier uur rijden langs tolwegen verder, in het donker.

Steeds als ik vermoed dat we er nu toch bijna zijn, duikt er geen duikparadijs maar een olieconcern op. Tot de bebouwing steeds schaarser wordt en we langs een steile kronkel de kust bereiken, en eindigen in een zo goed als doodlopend straatje ongeplaveid. Niet dat je denkt: mijn droomresort. We moeten wel verder, maar vanwege de nog actieve moesson ligt er een plas die ze madam niet aan willen doen. De jonge maar zeer vaardige chauffeur keert de auto op een rijksdaalder en rijdt achteruit tot hij niet verder kan. Zo kan hij weer wegrijden en ik houd droge voeten. Twee heren van het resort nemen elk een koffer op de schouder en lichten mij bij met een zaklantaren. Lange betonnen trappetjes, geitenpaadjes, over gras en langs kakkerlakken (maat luciferdoosje; we noemden aan boord taxi’s, als je erop ging staan vroegen ze waar je heen wilde). Ik krijg het vermoeden dat ik op het verkeerde adres heb geboekt, dan staan we ineens aan zee. En moeten we weer omhoog, waar het resort ligt zoals ik dat herken van de foto’s op hun site.

Het heeft zo gewaaid de laatste dagen dat de normale aanlooproute, per boot over zee, nu te ruw was. Ik kwam dus via de sluiproute.

Alle twijfels verdwijnen als ik aankomt bij de pool, lang de bar met duikers in gesprek, naar de receptie, waar gevraagd word of ik nog iets wil eten, het is inmiddels bijna negen uur.

Alles wordt snel in orde gemaakt, ik krijg kamer Wonderpus. Die ligt op ongeveer het hoogste niveau tegen de heuvel op, dus na deze weken heb ik waarschijnlijk de conditie van een os. 

Terwijl ik dit schrijf wordt de lucht van nachtblauw naar donkerblauw tot grijs met hier en daar wolken, ontwaar ik de contouren van het eiland tegenover ons, en hoor ik hier en daar tekenen van leven.

Ergens wordt al een houtvuurtje gestookt voor het ontbijt, een ficusboom is mijn buurman.

Vandaag eens zien of ik alle nieuwe aangeschafte zaken soepel werkend zal krijgen. Vanavond ook mijn eerste nachtduik

Kom vooral morgen terug om te lezen of dat gelukt is.

Dood

Maandagavond liet de jongeman waar ik in een vorig blog al over schreef mij een foto zien op zijn telefoon. De foto van een vriend, ongeveer even oud als hij, ergens achter in de twintig. Een lachend, vriendelijk gezicht. Een vriend, in en uit het land van herkomst. Maar dood. Vermoord die zondagavond tijdens een roadblock, waarbij men alcohol in zijn auto vond. Vanwege die alcohol dus. Voor wie denkt dat het huidige regime in Syrië het beste voor heeft met het land. Die huidige “interim” president, met die dure pakken en mooie westerse stropdassen, wilde een kalifaat, en dat wil hij nog steeds. De wetten worden gestoeld op islamistisch recht. Die ministers uit iedere minderheid zijn een schaamlap. Of ze dat zichzelf realiseren, of dat ze echt denken iets te kunnen betekenen, zullen we wellicht nooit weten. We kijken al nauwelijks meer naar nieuws over Syrië.

Het was niet de eerste vriend die hij verloor. Mensen uit zijn minderheid delen deze berichten dagelijks met elkaar. Ze zijn wanhopig. En ze durven hier vaak niet te demonstreren, bang als minderheid ook hier slachtoffer te kunnen worden van de tegenpartij. En daar hebben ze hun land niet voor verlaten, om hier ook onveilig te zijn.

Net zo min als de jonge vrouw, die als zestienjarige transgender haar onveilige land, Rusland, ontvluchtte, met het idee hier, in Nederland, ons zo tolerante land (weet u nog?) veilig te zijn.

Maar dat was ze niet. Ze vierde haar zeventiende verjaardag nog steeds in een asielzoekersopvang. Een plek waar ze als minderjarige alleenreizende eigenlijk niet hoorde te zijn. Een plek waar ze niet veilig was, waar ze volgens berichten slachtoffer is geweest van seksueel geweld (verkrachting dus). Waar ze niet de benodigde medicijnen kreeg om haar transitie goed te begeleiden. En waar de wanhoop zo groot werd dat ze een overdosis nam. Er was gewaarschuwd, maar het COA was onbereikbaar. En ook toen medebewoners waarschuwden dat ze bijna niet ademhaalde, kwam men traag op gang. Te traag. Ze is dood. Veilig, eindelijk. Niemand zal haar meer kunnen beschadigen.

We moeten ons zo vreselijk, vreselijk schamen. In dit land van melk en honing (ja ik weet het, niet iedereen heeft evenveel melk en honing). In dit land waar de meesten van ons als grootste zorg de volgende vakantiebestemming hebben. 

Maar waar we te veel mensen onderweg achter laten, omdat ze niet mee kunnen komen. Omdat we ze er niet in laten, ze de taal niet machtig zijn, niet in een goed hokje passen, de denkkracht niet hebben, in de greep van een verslaving zitten. Die mensen, daar kijken we het liefst langs, op die enkele vrijwilliger na die het zich wel aan trekt, met te weinig uren en te weinig middelen om dat werk echt goed uit te voeren.

Deze week discussieert de Tweede Kamer over de begroting. Met veel wensen en altijd te weinig geld.

Ik hoop dat sommige kamerleden dan ook nog even denken aan al die mensen in dit land, of aan de randjes van dit land, die het zonder hulp en zonder compassie niet redden.

Het gaat niet om mij

Het zal mijn tijd wel duren. Daar zijn we het over eens. Mijn schaapjes staan hoog en droog. Mijn huis is ruim en veilig. De koelkast en de pantry zijn gevuld. Over mijn kinderen en kleinkinderen hoef ik mij geen zorgen te maken, die zijn er niet. Mijn positie in de maatschappij maakt dat er werkelijk geen enkele geheime dienst in mij geïnteresseerd hoeft te zijn.

Als ik morgen dood neer val, kan er over mij gezegd worden dat ik een geweldig leven heb gehad, en dat er veel is waar ik blij mee was.

Als ik eventueel niet meer zo veel kan in de toekomst als wat ik nu doe, hoef ik mezelf niet te verwijten dat ik kansen heb gemist of mogelijkheden niet heb gebruikt. 

Ik kijk terug op de halve wereld. Met plezier.

En als het weer een beetje meezit, word ik over een paar maanden zeventig en vier ik dat met vrienden en familie.

Toch maak ik mij zorgen en druk over de tijd waarin we nu leven en de vooruitzichten voor de komende vijf jaar, voor de komende vijftig jaar. Want het gaat niet om mij of over mijn toekomst. Het gaat om al die mensen die jonger zijn dan ik, nog niet een heel leven hebben of hadden om blij op terug te zien.

Dus zijn er dingen die ik doe of meer doe, doe ik vroeger niet of veel minder deed. Afval scheiden bijvoorbeeld, af en toe op een plein staan om solidariteit te tonen, meer met de trein gaan in plaats van de auto. Groente en fruit van boeren die rekening houden met de natuur, vlees en zuivel alleen van dieren die behoorlijk kunnen leven. 

Er zijn dingen die ik minder doe: minder hoog stoken, korter douchen, hooguit eens per jaar vliegen (en alleen buiten Europa), minder kopen, veel minder vlees eten, dat wat algemeen al gedaan wordt.

En er zijn dingen die ik niet meer vind kunnen. Big tech is een probleem geworden met de huidige oligarchen en wereldleiders. Ik leef op mijn laptop, ik was nooit de laatste die op een platform landde. Ik heb hyves, twitter, facebook, (inclusief de reels) uitvoerig ingezet, had wel drie instagram accounts, en whatsapp moet op stil om niet gestoord te worden van de tingeletjes. 

Moest op stil. Want vandaag, 1 maart 2025, gaat de app er af. Instagram is al weg, FB is op weg naar de uitgang. 

Al een paar weken vraag ik mensen over te stappen naar alternatieven, bij voorkeur veiliger. Een enkeling doet dat, soms moeten dingen even landen, dat is heel begrijpelijk. Soms is het te lastig, te moeilijk, te veel werk, gaat er voor mensen te veel verloren als ze met dingen stoppen. Allemaal begrijpelijk.

Maar ik verbaas me wel enigszins over mensen die geringschattend de schouders op blijven halen en denken dat het hun niet betreft, dat we ons zorgen maken over niets, dat het zo’n vaart niet zal lopen. Ik wens ze van harte gelijk te krijgen. En mijn klus valt op dek als ik mensen met nageslacht hoor zeggen dat na hun de zondvloed komt. 

Tegen de tijd dat het met mij echt zo slecht gaat dat het hopeloos wordt, ben ik of doodziek, of het gaat met dit hele land erg slecht. De kans op dat laatste groeit sneller dan goed is voor dit land. Waar nu ministers (toch gauw een anderhalve ton per jaar) en kamerleden (iets minder, maar nog genoeg) achteloos napraten wat ze een dictator in wording of een al zittende dictator hebben horen zeggen.

We kunnen er nog iets aan doen, we zijn hier nog vrij om onze mening te geven, we kunnen nog initiatieven steunen, fysiek of financieel, die mensen helpen voor wie dat niet meer mogelijk is. Of steun te geven aan mensen die er hard voor vechten dat te behouden of terug te krignen.

Doet dat dan ook, voor het niet meer kan.

Alles helpt, ook al gaat het niet om mij en niet om jou.