NBU 39, Indianen

IMG_4704

Dit blogje kan nauwelijks geschreven. Ik heb zo veel indrukken opgedaan vandaag, dat het amper in drie dagen past. Laat staan in een blogje.

We beginnen gewoon vroeg, bij dat rustige benzinestationnetje. Die boomstronk van Smoky Mountains zit nog dwars, dus echt veel diepe slaap was er niet. Maar genoeg om de dag aan te kunnen. Ik pak de route weer op en geniet van de rode rotsen. Ik klim gestaag, af en toe staan er bordjes, inmiddels zit ik op 7000 voet of meer. Na een uurtje zit ik in Apacheland, dit is het gebied van de Tribal Nations. Eerst dus een klein stukje Apaches, die gelijk op de grens een casino hebben staan in een heel grote tent. Ik stop om wat warms als ontbijt te halen, alle mannen die ik zie zijn dus indianen, met ronde gezichten. Ik vind ze vooral op Mexicanen lijken. Het landschap is weer prachtig: plateaus aan de einder van de hoogvlakte met grijsgroene struiken waar ik doorheen rijd. Af en toe weer hele vlakken bloemen, felgeel, paars. Gelijk geen koe meer te zien, hier is het alles paarden: bruin-witte, grijsgevlekte, mooie vossen, veel met veulens er bij in het veld. Dan een korte afdaling en ik zit in Navajo Nations. Die proberen hier en daar de landsbouw te bedrijven, in Farmington rijden enorme combines op weg naar de velden, ik rijd over een irrigatiekanaal. Dat is nodig, er is veel armoede. De lommerds en kredietreclames, maar ook de afkick-klinieken getuigen er van. En de bordjes met de kreet: we do not need talk, we need jobs! Weer weinig radio, maar als die er is spreekt men de eigen taal, met de cijfers en namen er in het Engels doorheen. Af en toe valt mijn navigatie weg: hier is alleen de weg naar de einder.

Naarmate ik naar het westen rijd, worden de koppen meer indiaans zoals we dat kennen van de foto’s. Het landschap wordt weer gespikkelder met bomen, dan weer kaler. Bij sweetwater piept de top van Shiprock over de einder. Ik maak een omweg om dichter bij te komen. Dat lukt tot de onverharde weg. Over het ruwe terrein kan je dichterbij komen, maar hoe graag ik dat zou willen: het lijkt me te veel gevraagd van Monster op zijn oude dag. Ik gooi mijn voorgenomen route om als ik bordjes zie met Window Rock. Dan maar langer onderweg, of niet vandaag in Page, ik heb speling gelukkig.

Ik weet, het wordt saai, maar het blijft maar steeds indrukwekkender worden. Bij Window Rock is een bestuurlijk centrum van de Navajo Nation, er zijn monumenten ter gedachtenis aan hun oorlogsslachtoffers, waaronder veel codespeakers die handig waren bij het overbrengen van boodschappen in WWII. Er zit ook een jonge vrouw onder een boom bij het monument met een paard en een volgeladen kameel. Kennelijk op doorreis. De pers is er bij om haar te interviewen, later hoor ik haar op de radio genoemd worden; Lisa heet ze.

In de middag weer naar het noorden en dan werpt de Grand Canyon, althans dat landschap, zijn schaduw vooruit. Enorme rotsformaties in grillige vormen, scherp of zacht, grijs of rood. De lucht is naar het noorden bezaaid met kleine witte wolken, aan het zuidwesten hangt een enorm onweersfront dat nog een bliksem loslaat voor het afdaalt naar een plateau links van mij. Ik kan bijna nergens stoppen, u moet mij op mijn woord geloven. Het is om de Engelse term te gebruiken jawdropping. Ondertussen staat hier een behoorlijke dwarswind, ik zie stofduivels naast en voor mij, Monster moet flink in de hand gehouden worden. Een ranch die ik voorbij rijd weet ervan: Welcome to Windy Valley Ranch. Overal waarschuwen borden ook voor nul zicht, als die stofduivels een zandstorm worden. En ondertussen steeds die nieuwe formaties aan de einder. Ik gooi nog een keer het plan om: ik rijd niet naar Page, links af, ik ga rechtdoor naar Monument Valley. Ben er nu toch bijna en het scheelt anderhalf uur rijden.

Beste besluit van de dag: als ik de vallei nader staat de zon laag in het westen. De ronde, gladde rotsen op de voorgrond vormen van mijn standpunt gezien een keten van gloeiende oranje bollen. Daarachter rijzen de scherpe rechte paarsrode torens op. Daarboven dan die lucht. Het is zo mooi dat het pijn doet.

Aangekomen in een KOA kamp boek ik twee nachten. RV’s mogen niet naar binnen, ik ga een toer maken. Dat is nog iets betaalbaarder dan een jeep huren.

Ik haak Monster aan, zet de airco hoog en loop naar de rand, naar de prairie. De paarse bloemen, de gele bollen, daarachter die hoge scherpe torens.

Had ik al gezegd dat het hier mooi is?

 

 

 

2 thoughts on “NBU 39, Indianen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s