Edinburgh, een festival

IMG_8850De zegeningen van het wereld wijde web. Op een zondagmiddag, zoekend naar een kampeerbus in de VS voor mijn reis volgend jaar via Facebook, en terwijl ik informatie over Korea opzoek voor de komende maand, kijk ik gelijk even of een expo in Parijs een kort bezoek waard is. Ik besluit toch een andere expositie te bezoeken, in Edinburgh en boek een kamer. Dan realiseer ik me dat het International Festival die maand draait. Druk dus, toch maar gaan. Gelijk er het beste van maken: twee kaartjes zoeken voor de maandag- en dinsdagavond.

Met een goedkope carrier, die mij voorlopig als klant zal moeten missen, vertrek ik na bijna een uur wachten op vertraagde koffers en kom laat in de middag in Edinburgh aan. Met mijn koffertje achter mij aan vind ik na 15 minuten lopen de campus. Dan gelijk weer terug de stad in, want de voorstelling naakt. De stad is druk, het bruist van dat festival waar veel volk op af komt. Een festival? Nee, eigenlijk drie of vier. Vroeger was het internationale festival het enige, daarna kwam de fringe op, met wat minder mainstream high brow cultuur. Dat is inmiddels vele malen groter qua voorstellingen dan de oorsprong. Zoveel groter dat een Amerikaan die ik onderweg trof niet beter wist of The Fringe was het festival, iets anders kende hij niet.

Die fringe voorstellingen zijn korter, kleiner, goedkoper en vaak de moeite waard. Het zijn soms experimenten van startende performers, of nieuwe wegen voor oudere performers, of kleinere producties die geen groot publiek kunnen verwachten. En dan is er nog de fringe van de fringe, de free fringe, met gratis voorstellingen. Inmiddels heeft het blauwe boekje 10.000 gratis voorstellingen de festival maand door. Dan moet je je voorstellen dat in de kelderetage van een natuurvoedingswinkel voor vijf, zes man de sterren van de hemel speelt, of in ieder geval erg zijn best doet. En dan zijn er nog de straatvoorstellingen, de buskers, de openluchtvoorstelling in het park, de kunstmarkten verdeeld over de stad, waar men wanhopig probeert de zelfgevilte sjaal dan wel getekende landschapskaart of kaars aan de man/vrouw te brengen. Ergens in die maand nog een literair festival.

Allemaal niet te volgen in twee dagen, ik heb van alles wat geproefd; die van die kaartjes waren prachtige voorstellingen waarvan een in een mooi oud theater ook nog. Van de overige voorstellingen maakte er een indruk, was er een veelbelovend en een ander goed geprobeerd.

Op straat wordt overal geflyerd, een stuk van de Royal Mile is daarvoor afgezet. Iedere avond sluit af met vuurwerk vanaf de berg, waarna het nog uren onrustig blijft in de stad.

Die berg dus. Het is een zeer, zeer oude vulkaan. Een mooie plek voor een kasteel waarmee je de omgeving wil beheersen dan wel zelf veilig wil blijven. Maar met een moeras aan de noordzij, blijft bebouwing op zijn steile zuidhelling wel wat lastig. Het leidde tot huizen van negen verdiepingen hoog, in een tijd die eeuwen achter ons ligt, dus zonder lift. Water was ook een probleem. De zuidkant, old town, heeft dus rare constructies, waarbij straten elkaar drie verdiepingen hoger kruizen langs hetzelfde gebouw. Met mooie weer is zo’n stad natuurlijk prachtig. Zeker als er overal volk onderweg is. In de winter met een hagelbui en weinig licht lijkt met dat die diepe straten met de vroeger gele maar nu grauwe huizen iets minder vrolijk zijn.

Overal kerken en kerkjes, die nu bemand worden door kundige vrijwilligers. De belangrijkste is de St Giles Kathedraal. De reis die ik in maart maakte langs de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog, achtervolgt mij ook hier: veel plaquettes in kerken, standbeelden op straat voor de gevallenen en de gebrachte offers, en nu, 100 jaar na dato zijn er ook verschillende vooropstellingen die die oorlog tot thema hebben.

Wat ook niet te missen is: de zonen en dochters waar Schotland trots op is. Dat zijn er best veel. Adam Smith heeft zijn beeld, en Hume natuurlijk. Maar ook vrouwen die voorop liepen in gelijke kansen afdwingen, bijvoorbeeld als arts of verpleegster, zoals Elsie Inglis. Arthus Conan Doyle kwam er vandaan, en de schrijver van mijn jeugdheld Ivanhoe, Scott. Haig, ook WWI, werd er geboren, en Sassoon en Owen ontmoetten elkaar er in het militair hospitaal waar zij gewond en geestelijk murw terechtkwamen. Wie er ook een tijdje was: J.K. Rowling. Zij schreef enkele delen Potter in verschillende cafés. Ik ben zeker drie winkels tegengekomen waar alles rond Potter te koop is in iedere vorm denkbaar, van boek tot lamp, of echte toverstaffen. Niet veel gekker dan kerstwinkels die ook in hartje zomer goede zaken doen. Wat verder opvalt zijn de winkels die een regiment als basis hebben en uniformonderdelen verkopen. Die toch mooier zijn dan de onze, veelal. De Royal Scots hebben een hoge zichtbaarheid, the Black Watch. In de winkels, maar ook in die kerken, en op de begraafplaatsen.

Waar je ook geld aan uit kunt geven: winkels vol whisky, tweed, en heel veel schotse ruiten, lamswollen truien en sjaals, en zelfs een winkel waar doedelzakken gemaakt worden. Bij het kasteel kun je zien hoe kilts geweven worden, als je tenminste zin hebt je te scharen tussen de vele Japanners. Daar waar haggis verkocht wordt hangt een bordje buiten. Uiteraard allemaal in de Old Town. Met veel paars en veel distels als ornamenten en versiering.

Dan is er de New Town, die gebouwd werd toen het echt te vol werd. Men besloot de swamp daar echt te drainen, op die plek is nu een park, ver onder straat niveau. Noord daarvan nieuwere, maar altijd nog oude gebouwen, en de grote winkelstraten. Daar ook wat rechter, geen fly-overs, geen straten die stijl omhoog gaan of stegen die eindigen in steile trappen.

Zelf vond ik Miss Jane Brodie’s Steps opvallend, genoemd naar een vrouw die ik alleen ken als romanfiguur van Muriel Spark, die een verfilming kreeg. Daar zullen die trappen dan wel van gekomen zijn.

Verder kun je als vrouw hier nog in een vrouwenhotel van het Leger des Heils.

Er zijn verrassend veel barbierwinkels, trendy als overal, en ook voor de meest fanatieke veggie en health food fan zijn er tentjes. De boekwinkel met veel aandacht voor de lokale schrijvers, is gevaarlijk terrein en verdubbelde het gewicht van mijn rolkoffertje.

Inmiddels heb ik nu door hoe het werkt met die festivals, en ga ik vast nog een keertje om al die andere zaken te bekijken die niet meer pasten in mijn korte bezoek.

Blij was ik met het laatste optreden dat ik zag: the Swinging Blowfish, drie muzikanten die krankzinnig snelle muziek maken, inclusief een doedelzak. Ik had er van gehoord een tijd geleden, van die gekke Italianen (nou vooruit, die doelzakker was een Brit), maar ik vond ze per ongeluk op de hoek van het park op de stoep. Net op tijd om nog van te genieten voor ik als laatste onderdeel naar de National Gallery ging voor de laatste twee uurtjes. Meer dan genoeg om die kleine maar leuke selectie te bezichtigen, waaronder twee die begin dit jaar nog in het Rijks hingen. En natuurlijk: Monarch of the Glenn, een heel groot hert, ieder haartje staat er op. Je moet er denk ik Schot voor zijn.

 

Een fotoimpressie vindt u op Facebook

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s