Compiegne

25 maart 2018

Na twee dagen zon grijpt de lente zijn kansen en zie ik bijna per uur de kleuren in het landschap veranderen, van het winters wit zwart en bruin naar de tere lentekleuren. De bloesems springen overal open.

Het plan is vanavond om 20.00 uur  bij de Menenpoort in Ieper te staan voor the last post. Kan toch niet zo moeilijk zin. Ik rijd vlak langs of achter het front langs, maar het lijkt hier rustiger met getuigen van de strijd. Af en toe een fort, heel af en toe een begraafplaats. Het landschap wordt afwisselender, de huizen beter, met heuze chateaux hier en daar. Ergens staast een zeer neppe menhir, met een toverketel op een rotonde: het stadje is de geboorteplaats van Albert Uderzo, een van de makers van Asterix en Obelix.

Dan kom ik bij Compiegne. Daar, in een luxe treinwagon, tekende Duitsland de overgave. Aan ruim vier jaar slachting kwam een eind op 11 november 1918. Een bekend verhaal, op inderdaad een open plek in een bos. Twee sporen met op de plek waar de wagons stonden twee gigantische platen graniet.

De winnaars schrijven de geschiedenis. Op de ene plaat: Marechal Foch, die hier ook zijn standbeeld heeft. Op de andere: de machthebbers van Duistland. Het enige dat zij kregen was een groot beeld met een dode adelaar. Het verhaal werd ons op school verteld, maar in het museum, waar die wagon staat, hoor ik dat ik maar de helft van het verhaal ken.

In 1940, als Frankrijk de wapenstilstand tekent, een die geen eind, maar juist het begin is van vijf jaar ellende, laat Hitler deze kans niet lopen. De wagon wordt uit zijn museum gehaald, de Fransen mogen keurig tekenen, en dan gaat alles, de wagon, de granieten palen en platen, de kettingen tussen de pilaren en alle monumenten mee naar Berlijn. Alleen Foch blijft staan, op een onttakelde nu echt lege plek in het bos. Aan het eind van de oorlog verbrandt de wagon als Berlijn brandt. Wat er nu staat is er een van een iets latere serie, maar de sigaarpeuk van Foch, die is vast origineel.

Ik probeer rechtstreeks door te rijden naar Ieper, maar kan Arras toch niet weerstaan, en daar in de buurt is de slag om de Somme zo aanwezig, dat er elke paar honderd meter wel iets aan herinnert. Met een benzinetank diep in het rood rijd ik in de buurt van Neuville nog van de gebaande weg af. Ik rijd over landweggetjes en gras naar een verlaten plek, waar een regiment Hooglanders ligt. Hier geen parkeerplaats, maar wel weer een keurig onderhouden plek. De Amerikanen hebben de mooiste plekken, maar de Britten de beste zerken, met het wapen van ieder onderdeel in reliëf aangebracht. Alleen de duiven en de fazanten zijn hier te gast. Nog wat verder het land in kom ik langs een  bos dat ook nu nog te gevaarlijk is om in te lopen. De borden aan het hek waarschuwen voor oude explosieven. Dan een begraafplaats die gebruik maakte van het landschap: een diepe krater werd gevuld met de lichamen van de gevallenen van een paar honderd meer verderop. Een krater die van onderaf  veroorzaakt werd. Het hele front hier werd ondergraven en zo probeerde men elkaar op te blazen, vaak met succes.  De mannen kregen hun naam op een gezamenlijke steen, slechts een soldaat kreeg een eigen graf, met een eigen steen. Zijn naam die van een Britse collega waar ik de afgelopen weken mee samenwerkte. Familie van hem vocht mee, ik zal de foto sturen als ik thuis ben, en horen of het een verwant is.

Dan komt er echt haast, met al het omrijden is er echt nog maar enkele tientallen kilometers benzine. In de dorpjes is de pomp gesloten, een pomp langs de weg vinden de Fransen onzin. Uit een ooghoek zie ik een Centre Commercial met wat een benzinestation lijkt te zijn, en na enig omrijden ook is. In mijn 40 liter tank vul ik 40,5 liter bij, op het nippertje gered.

Ik bied weerstand aan alle groene borden en witte zerken die hier tussen Arras en Ieper werkelijk overal staan. Ieper wacht. Om half zeven parkeer ik voor de deur van het gezellige hotel Ambrosia midden in de stad. Men heeft handige kaarten en tips, helemaal gericht op de oorlogstoerist uit Groot-Brittanie. Alle tijd om de poort te halen, een paar foto’s te maken van een ander familielid van een andere Britse collega. En op tijd om vooraan te staan als de indrukwekkende dagelijkse ceremonie zich afspeelt. Het staat vol met mensen, veel schoolgroepen. Een meisje uit Suffolk is al twee keer iemand van haar naam tegengekomen de afgelopen dagen. Het wordt stil als de vier mannen in uniform hun plaats innemen, het taptoe blazen, gevolgd door het bekende gedicht dat door iedereen aangevuld wordt met ‘we will remember them’. Dan legt een tiental groepen en groepjes een poppiekrans. Vermoedelijk te koop in een van de vele winkeltjes. Nog een kort signaal en het is weer over voor vandaag. De souvenir- en boekwinkeltjes doen goede zaken.

 

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s