Wie verre reizen maakt… 24, Haeinsa en dan, 22 september

 

24, Haeisan en dan.....jpg

Vandaag heb ik denk ik alle verkeersregels overtreden die ze hier hebben. Dat kwam zo. Was het gisteren regen, vandaag straalde de zon tot 27 graden de hele dag door. Mooi weer voor het ritje door de bergen naar het westen. Haeinsa, weer een Unesco werelderfgoedplek, stond op het programma. Om half twaalf was ik al aardig in de buurt, maar voor ik de juiste parkeerplaats had, was ik een half uurtje vragen verder. Ik had ook niet verwacht dat de tempel dezelfde oprit had als het tempelvormig winkelcentrum aan de weg. Een aantal jonge mannen had dezelfde fout gemaakt als ik, maar gelukkig spraken zij wel Koreaans en reden ze mij netjes voor naar de juiste plek. Dan nog een halve kilometer de berg op. Haeinsa staat al zo’n twaalfhonderd jaar en bewaart de Triptana Koreana, de op 80.000 houtblokken geschreven geschiedenis van het land tot aan het begin van die tempel. Overigens de tweede set die hier staat, de eerste werd verbrand bij een vijandige aanval kort na vervaardiging. Ook is het een plek waar je een dagje met de monniken en nonnen mee kan lopen, buigen, mediteren.

Borden leggen uit dat je door drie poorten gaat voor je het tempelterrein zelf betreedt en dat dat 33 treden nodig heeft, evenveel als stappen naar verlichting. Bij de derde poort sta je dan in het Nirvana. In dit geval vormgegeven door een infobureau rechts, een souvenirwinkeltje links en een book/gallery/coffee plek tegenover je. Rechts zijn de gebouwen voor de tijdelijke tempeliers, de rest van het benedendeel is dan gevuld met verschillende tempels. Prachtige, soms met mooi bestorven kleuren, de houten en zeer vergulde Boeddha’s hebben veel overleefd de afgelopen eeuwen. Ik ga na een kopje citroenthee en een taartje de eerste tempel binnen en zit daar een kwartiertje te genieten van de omgeving, de rust en da andere bezoekers, variërend van de non van dienst, via tijdelijke bezoekers, tot Koreaanse families. Een dame verontschuldigt zich uitvoerig, ze had mij de verkeerde weg gewezen, realiseerde ze zich toen ik al weg was.

Dan door naar het hoogste niveau, de Tripitana. Die wordt bewaard in een aantal gebouwen met lemen wanden en vloeren, ongeverfde houten dragers, balken en kozijnen met houten latten. Er in mag je niet en er staan opvallend veel brandblussers. Als je hier en daar naar binnen gluurt kun je de houtblokken, zo’n 25 cm hoog en dubbel zo breed, keurig genummerd als boeken in het gelid zien staan. Het leem en de latjes houden de temperatuur en vochtigheid goed, al eeuwen. Ergens staat een voorbeeld achter glas, de sutra die het bevat ligt er uitgeprint naast. Niet te koop helaas. Als ik na alles bekeken te hebben al bijna weer weg ben, al die 33 treden weer terug naar beneden gelopen, krijg ik een telefoontje. Mijn vrienden staan op het binnenplein, via de zijdeur binnengekomen, zij blijven een dagje bij de monniken. Even later arriveert ook het bruidspaar en zeggen we allemaal nog een keer hallo en tot ziens. Dan ga ik echt weg, Hoe aantrekkelijk de omgeving met zijn prachtige oude bomen en zijn ratelende spechten ook uitlokt tot een wandeling. Ik heb nog maar weinig dagen te gaan, en ik wil toch naar Busan, hoewel ik weet dat het weer een radeloze rit door een veel te grote en volle stad wordt waar weinig moois aan is. Toch ga ik want Tonggak wacht. Het eerste stuk naar het zuiden rijd ik omringd door de bergen; zwartgroen tot grijsblauw begeleiden ze mij op mijn weg omlaag. Na een uur zit ik al weer in het zaterdagverkeer rond Busan. Maar ook dan leer je een land kennen, wellicht meer dan door al die toeristische hoogstandjes. Ik rijd langs het eerste verkeersongeval. Takelwagens staan al klaar, politie ontbreekt en het verkeer regelt zich met minimale vertraging keurig zelf. In Busan rijd ik af en toe op een verhoogde snelweg, die onder mij een laag heeft, en boven mij nog twee. Af en toe kijk ik zo op de daken van de zeer hoge, slanke woontorens waar deze stad en dit land vol mee staan. Af en toe ben ik te laat of aarzel ik wat te doen, je wordt er altijd tussen gelaten. Maar mijn gestelde doel haal ik niet, het wordt donker, het is druk, ik mis een keer een afslag en moet dan twee tunnels door. Ik geef het op, rijd de tunnels weer 10 km terug, ga van de snelweg af, zie de gouden McDonalds tekens, stop, eet een burger omdat ik geen idee heb waar ik ben. Dan even wat op het wereldwijde web en ik weet: morgen ben ik binnen een paar minuten op mijn bestemming, ik heb een hotel al even dichtbij, en ik blijk aan de rand van een drukke winkelwijk te zitten waar de zaterdagavond is losgebarsten. Zo komt het altijd weer goed uiteindelijk. Maar wat ben ik blij met mijn wifi-ei!

2 thoughts on “Wie verre reizen maakt… 24, Haeinsa en dan, 22 september

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s