Dive into Raja Ampat, Dag 4, 20 november 2024.

Dive, dive, dive. 

’s Morgens bij het ontbijt al de uitwisseling van de nacht: hoeveel uur hebben we geslapen? Of zijn we bewusteloos geweest, in mijn geval. Maar ook dan word je dus midden in de nacht klaarwakker, het tijdverschil speelt nog dagen o natuurlijk. Dus zit ik om een uur of vijf op mijn terras met uitzicht op zee, kop verse thee erbij, te luisteren naar de vogels en de afnemende regen. Om zes uur komt het verliefde stel voor een wandeling over de pier voor mij. Ik zie de horizon langzaam van blauw naar grijs naar licht veranderen. De zon laat zich niet zien, de zware wolken laten zich nog niet zo snel wegjagen. Volgens mijn weer-app blijft het de rest van mijn verblijf zo. Dat scheelt weer smeren met factor 50, hoewel je in de middag op moet passen, mocht je niet toevallig in een duikpak onder water liggen. Door al die regen zit er veel in het water dat het zicht minder maakt. Maar dat neemt niet weg dat we allemaal blij waren weer onder water te zijn. Men duikt met drie of vier mensen per gids, de rest van de duikers zie je door dat beperkt zicht alleen af en toe. Ik duik met de twee Britten met de duizenden duiken, die ze al niet meer loggen. Ik leen het licht van een van hen, bij gelegenheid, door naast hem te gaan liggen als hij met zijn sterke lampen aan het werk is. Wat heel aardig van hem aangeboden is. We zien de wobbegon, de tapijthaai, met zijn franje, ook al had hij zich nog zo goed verstopt. De gidsen weten ze te vinden. Onze gids zwemt steeds wat voor ons en zoekt gericht onder bepaalde blokken. Dus vindt hij die dag nog  wat tapijtvis voor ons (niet te verwarren et die haai, ze delen dat ze liggen te liggen waar ze liggen, en nauwelijks van hun plek te verleiden zijn. Aan het eind van de laatste duik vindt hij nog een nembrota op een zacht koraal, en een naaktslak in onopvallende kleuren. Als ik ga kijken, zie ik er nog één een stukje verderop, en daarna een schorpioenvis vlakbij terwijl ik lig te wachten op mijn collega-duikers die het vastleggen op hun Iphones met grote lampen.

Mijn camera kan zonder lamp en met al dat zand etc in het water weinig uitrichten als ik niet vlak op ene onderwerp zit. Voordeel is wel dat hij daardoor zeer klein is en ik lekker relaxed met mijn armen over elkaar me kan laten drijven, soms smeeleuren, door de aanwezige stroming. Zodra we te veel stroom tegen krijgen gaan we een andere kant uit. Het is altijd geruststellend als je voor het eerst het water weer in gaat na een jaar of langer droge oren, dat alles het nog doet zoals het moet. Oren werken mee, trim is goed, ook in de gehuurde spullen. Alleen weet ik niet altijd de weg om ergens een haakje te vinden. Voordeel is: ik heb niks, dus ik hoef ook niet te zoeken naar surfacemarkers, messen, fluitjes of wat dies meer zij.

En het zou zo maar kunnen dat dat ook de hele reis niet hoeft, want de koffer staat nog in Jakarta. Ergens zit iemand ergens op te wachten, zelf kan ik niet veel doen, maar ik hoop toch net genoeg mensen te activeren om iets te laten bewegen. Mocht dat niet lukken dan heb ik bij terugkomst een onwaarschijnlijk kleine hoeveelheid wasgoed. En ga ik een volgende reis met twee onderbroeken en een jurk op weg.

Plaats een reactie